Irene Wing Easton

Op deze pagina vind je mijn columns, blog of stukjes (het is maar hoe je het wilt noemen, toch?) én het laatste nieuws!

Volg Irene op sociale media

Irene Wing Easton

Laatste nieuws

Op 23 november had ik een 'Brief Van De Dag' ( 2G of 3G? Ik ben voor GV en GG) in de Volkskrant.
Mijn  'Ikje' werd 10 februari in NRC geplaatst.
U vindt de tekst bij de columns hieronder.

Yesss! Mijn korte verhaal 'Een nuttige schuld' ontving de tweede prijs in de schrijfwedstrijd van 'Schrijven'. Het verhaal is inmiddels ook gepubliceerd in het literair katern 'Alice'
Je vindt 'Een nuttige schuld' op mijn website op de pagina 'publicaties'.

ACTIE !  Nu inflatie hoogtij viert kom ik met een kortingsactie. Deze actie  is ter ere van het enthousiasme over het boek van  opvoeddeskundige Tischa Neve, onder andere bekend van het tv programma 'Schatjes' en het bedrijf Groot en Klein. De korting is alleen geldig in de hele maand oktober 2022. Vermeld 'Tischa' bij je bestelling en ontvang maar liefst 5 Euro korting per exemplaar.
 

Columns / Blogs / Stukjes

  • Op pad


    Onder mijn voeten kraakt het zachtjes als ik, muts op en handschoenen aan, het pad betreed. Naast mij lijkt het wel alsof het hek als het randje van een cocktailglas met witte suiker bestrooid is. Wanneer rijp de blaadjes omhult, de wereld letterlijk ingepakt is, geen kant uit kan, vind ik het tijd om ook zelf te verstillen. Bij elke stap die ik zet, laat ik een groter stuk van het pad achter me liggen, denk na en her-voel alles was er afgelopen jaar in mijn persoonlijk leven gebeurde. De koude lucht prikkelt mijn neus die waterig wordt net als mijn ogen wanneer 2022 me passeert. Ik ben eraan toe om dit jaar achter me te laten, wat gebeurde is gebeurd, daar doe je niets meer aan. Het leven is niet alleen maar makkelijk. Dat geldt voor iedereen, al denk ik soms dat het bij anderen niet zo is. Maar niet alles is wat het lijkt en bij sommige mensen is de kwetsuur zelfs zodanig dat hun leven geamputeerd is waarbij de kou in de stomp bijt.  Ik denk aan de ouders wiens kind overleed en die een winterslaap wensen om pas ver na de feestdagen wakker te worden. Het pad maakt een flauwe bocht. Een merel met een bes in zijn snavel vliegt langs, iemand roept zijn hond. Wat zal er zich achter de volgende bocht bevinden?
    Op mijn weg naar 2023 zal ik eerst Kerstmis nog treffen. Het deuntje ‘vrede op aarde’ nestelt zich in mijn hoofd. Vorig jaar om deze tijd leefden we nog in de illusie dat zo’n oorlog zich binnen Europa nooit meer zou voltrekken. Nu weten we dat alles, zowel slecht als goed, kan gebeuren. In de verte zie ik een huis en achter het raam een kerstboom met brandende lampjes. Lichtpuntjes! Ik verstevig mijn tred. Lichtpuntjes, die moet je altijd pakken!

    Ik wens jullie waardevolle Kerstdagen op welke manier dan ook, ik wens wie dat nodig heeft veel sterkte toe juíst op deze dagen maar ook op alle andere dagen. Ik hoop dat iedereen er wat van weet te maken en wens jullie een zo gelukkig mogelijk 2023.

  • Geheugen


    ‘Mam, je mag voorlopig niét naar de Hema’, dat zei mijn dochter enige weken geleden. Telkens als ik iets uit deze winkel nodig had, meldde ze zich meteen als vrijwilliger om het te gaan halen. Natuurlijk voorvoelde ik al dat het om Sinterklaas zou gaan, dat ze bang was dat ik iets heel leuks in de winkel zou spotten en meteen voor mezelf aanschaffen. Toen ik mijn Takkie -Met- Kerstmuts-Mok uitpakte, wist ik dat ze gelijk had. Die is gewoon té leuk!
    Daags na Sinterklaas spoedde ik me naar de Hema om nog meer Takkie-igs aan te schaffen alvast voor mijn vriendin uit Australië. Dat is een hele goed reden vind ik. We kennen elkaar van de kleuterschool en ondanks dat ze kort daarna naar het buitenland verhuisde, is ze nog helemaal into Jip en Janneke en dan vooral Takkie. De beker was al uitverkocht (Poes Siepie is nog wel voorradig) maar gelukkig was er nog genoeg ander Takkie-materiaal. Wat is dat toch met deze hond? Waarom raakt hij ons zo en etst zich in ons geheugen? Ik kan maar op een woord komen: aandoenlijk.
    De verhaaltjes van Annie M.G. Schmidt in combinatie met de tekeningen van Fiep Westendorp zijn en blijven. Als ik een Takkie zie dan denk ik aan mijn ouders die zittend op de rand van mijn bed voorlazen maar ook een hele middag die keer nadat ik met mijn blote voet op een wesp gestapt was. Zelf, had ik altijd een deeltje in mijn handtas zitten als ik met een kind naar een arts moest, ideaal om wachttijd en spanning mee te doden.
    Nu is er dan nóg iets leuks, Takkie is in de reclame. Nee, niet goedkoper geworden maar op tv in een commercial. Normaal gesproken ga ik bij het reclameblok even plassen, de afwasmachine inruimen of de NOS-app lezen maar bij déze reclame niet. Ik nomineer hem nu alvast graag voor De Gouden Loeki. Er zit een verhaal in over een verloren Takkie, de angst van iedere ouder en kind. En dan die laatste quote ‘We mogen weer knuffels geven’ dubbele betekenis, geweldig.

    p.s. Ik ben geen influencer hoor.


  • In het ijzer


    In de wachtkamer zit ik tegenover een muur met daarop levensgroot een foto van een duin, daarboven een meeuw die in de zomersblauwe lucht vliegt. Als je ernaar kijkt is het net of je meer zuurstof binnenkrijgt.
    Over het algemeen is Corona iets geworden waar we al niet meer van schrikken.
    Ik kom wekelijks in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis op de pas verbouwde longafdeling waar ik telkens twee injecties haal (in elke arm een). Ik heb immunotherapie nodig om een van de gevolgen van Corona uit de Eérste Golf (je weet wel, toen we nog geen mondkapjes droegen, de ziekenhuizen uitpuilden en een vaccin nog ontwikkeld moest worden) te bestrijden. In principe wordt elke week de hoeveelheid die ingespoten wordt verdubbeld. Omdat ik soms heftig reageer, moet ik vaak langer blijven en wordt er op mij gelet. In de dagen erna heb ik meer last van al mijn Post Covid Klachten. Er wordt geen garantie gegeven maar de kans dat het op den duur (in mijn geval) verbetering geeft is beslist aanwezig. Soms is het lastig nog wat hoop bijeen te schrapen.
    Bij de verbouwing hebben ze blijkbaar nog wat leuke oude medische instrumenten gevonden. Ik vind mijn weg naar de wachtkamer telkens feilloos omdat op een belangrijke splitsing van gangen een topstuk staat: de ijzeren long. Dit apparaat werd in 1928 uitgevonden en ziet eruit als een (inderdaad ijzeren) koker met patrijspoortjes erin. Destijds stak het verplegend personeel de handen door die patrijspoorten om het patiëntje (het waren meestal kinderen) met paralytische polio te kunnen verzorgen. De patiënt kon door infectie vaak niet goed ademhalen omdat de ademhalingsspieren niet meer goed werkten. De ijzeren long zorgde door middel van drukverandering voor een nep-ademhaling. Daar lagen ze dan, soms wekenlang (en claustrofobie ontwikkelend) ingekapseld. Vanaf 1950 was er gelukkig een vaccin waardoor het apparaat overbodig werd.
    Elke keer dat ik langs de ijzeren long loop denk ik aan de ontwikkeling van de wetenschap, van de gezondheidszorg en dan voel ik naast dankbaarheid ook hoop opborrelen. Een aantal golven na ‘de mijne’ is er inmiddels een vaccin tegen Corona, dat de kans op ziekenhuisopname en op Long Covid/ Post Covid doet afnemen. Wie weet wat ze allemaal nog meer gaan ontwikkelen.

  • Oprapen


    Als fan heb ik al aardig wat interviews met Thomas Verbogt meegemaakt (hij heeft trouwens net een nieuwe roman uit die ‘Maak het mooi’ heet.) Vaak vraagt de interviewer dan ‘Hoe krijgt u het toch voor elkaar om zés keer per week een column in De Gelderlander te schrijven?’ Het antwoord is dan steevast iets in de trant van dat de verhalen voor het oprapen liggen, gewoon naar buiten gaan en daar zijn ze.
    Daar moest ik aan denken toen ik vandaag mijn corona-vaccinatie ging halen. In de brief die ik ontving stond dat ik de uitnodiging, mijn paspoort én een mondkapje mee diende te nemen. Er werd nog bij vermeld dat mondkapjes niét op locatie versterkt worden.  Geen probleem, met mijn FFP2 op mijn snufferd stapte ik opgewekt de drempel over, blij dat ik eindelijk weer eens op tijd (voor het krijgen van corona zelf) een vaccinatie te pakken kon krijgen. De mevrouw bij de ingang hield mij staande.
    ‘Uw mondkapje.’
    ‘Ja? Die heb ik op.’ De mevrouw wees naar het sta-tafeltje naast zich waarop een stapel blauwwitte ‘gewone’ mondkapjes lag.
    ‘Tis de verkeerde.’
    ‘Pardon?’
    ‘U moet er zó een.’
    ‘Maar dit is een FFP2 dat zijn de béste!’
    ‘Weet ik, maar…’ Ze haalde haar schouders op, deed dit op een vrij wanhopige manier. Ik dacht, nu gaat ze zeggen dat regels regels zijn. Even keek ik achterom, de rij was flink toegenomen, daarna stak ik mijn hand uit, nam een mondkapje van de stapel.
    ‘Ik wil hier echt geen corona oplopen, ik ben namelijk nogal kwetsbaar ziet u.’ Ze knikte begripvol.
    ‘Goed idee’, zei ze, terwijl ik het mondkapje óver mijn FFP2 heen plaatste.  


  • Schaap over de dam


    Ik blijf zo lang mogelijk buiten staan, twee minuten voor ik aan de beurt ben doe ik mijn FFP2 mondkapje voor en stap de wachtkamer van de huisartsenpraktijk binnen. Daar word ik vanaf stoeltjes die nog altijd anderhalve meter uit elkaar staan, bevreemd aangekeken door een bejaarde man die over zijn rug wrijft en een vrouw met grijze krullen en felrode lippen die zich weer snel in haar krant verdiept. Leest ze daar over de coronacijfers die weer oplopen? Zal dit haar ‘Wat een angsthaas-blik’ doen kantelen? De man met de pijnlijke rug voelt in zijn jaszak.
     ‘Ik heb er geen bij me, maar ik zal toch weer eens…’ Ben ik het eerste schaap dat over de dam is?
    Niet veel later bevind ik me in de spreekkamer om mijn gekrakkemik uit te leggen.
    ‘Na het griepje knap ik maar niet op, integendeel ik hoest steeds meer. Dat gehoest vinden mijn toch al brandende longen (Long Covid sinds de Eerste Golf) niet leuk, en mijn hersenstam kan het gebeuk ook niet verdragen, ik had al twee keer een aanval.’ Ik hoor mezelf praten en heb de neiging te vragen ‘Kunt u het nog volgen?’ De dokter knipt een saturatiemeter op mijn vinger en slingert een stethoscoop om de nek.  Ik houd mijn mondkapje op, leg uit waarom.
    ‘Ik wil u niet besmetten met mijn mogelijk nog griep-bacillen en ik wil zelf hier geen corona oppikken. Zeker nu ik nog geen nieuwe vaccinatie heb gehad.’ De dokter knikt instemmend.
    ‘Ja, de cijfers nemen toe, wij moeten hier ook weer gaan nadenken over welk beleid we gaan hanteren, misschien toch ook weer mondkapjes…’ De dokter zet de stethoscoop op mijn rug.  ‘We houden tussendoor even pauze met dat in- en uitademen, want anders ga je nog hyperventileren’. Ik doe mijn best om alles zonder hoesten uit te voeren.
    ‘Nou, ik hóór wel degelijk wat’. De dokter wijst de plek aan. Die verbaast mij niet. En dan mag ik met mondkapje en al naar de apotheek want longontsteking moet nou eenmaal bestreden worden.



  • Waar was je?


    Lezen is als mediteren, lezen is zen. Als je leest ben je ergens anders. Weet je wat ook zen is? De zee! Diverse kleurschakeringen van het water en altijd weer een verrassende lucht daarboven. De zee vertelt telkens een ander verhaal. Zoals dat van het schip beladen met containers, dat op een zandbank dreigt te lopen, maar daar komt de held, de loods met zijn bootje, al aangesneld om te helpen. De loodsboot keert terug, aan de kade staan een moeder met een kindje te kijken, het kindje zwaait en de loods toetert. De hoorn heeft een diepe toon. Dat is niet het enige wat er te horen valt. Klotsende golven en krijsende meeuwen, ook zij hebben een verhaal te vertellen.
    Ik houd van lezen aan zee maar sowieso houd ik van verhalen en de zee, daarom neem ik als het even kan een portie extra speciaal tot mij, door middel van het film- en literatuurfestival Film by the Sea dat elk jaar in september in Vlissingen gehouden wordt (nu nog tot 18 september).  Dit jaar kon ik er drie dagen zijn en dook een paar pareltjes op, films en documentaires en natuurlijk ook boekverfilmingen.
    Ik ben verder niet met vakantie geweest maar dat hoeft ook niet want films nemen je overal mee naartoe. ‘Un beau matin’ (mijn favoriet) bracht me in Parijs, ‘All my puny sorrows’, (naar het gelijknamige boek van Miriam Toews) naar Canada en ‘Las Bestias’ in Spanje om vervolgens met ‘The drovers wife: The legend of Molly Johnson’ nog Australië aan te doen.
    In voorgaande jaren hebben Man en ik er in een weekeinde wel eens 10 films doorheen gejast en moesten soms hollen van de ene zaal naar de andere. Op de terugweg naar huis golfden de beelden woest door ons hoofd. Dit keer hadden we een maximum van drie per dag en maakten we tussen elke film een wandeling langs de zee om het tij te keren.
    ‘Waar was je?’, vraagt de buurvrouw als ik met het gevoel drie weken weggeweest te zijn mijn voordeur weer open. Ik was in een andere wereld.


  • Stilte aub


    Zodra de Vierdaagse voorbij is, is het alsof er een sneeuwdeken over het dorp valt, het leven in Wijchen wordt gedempt. De caravans die eerst nog her en der op opritten stonden, met een kabel als een staart aan het lijf hangend, zijn allemaal vertrokken. Ik hoef niet meer naar de deur te lopen om pakjes aan te nemen, al blijf ik als thuiswerkende ook nu de conciërge van de straat. Wanneer ik vastzit in een hoofdstuk of even aan wat anders toe ben, loop ik naar de huiskamer, kijk van daar uit de weg over. Op een vlekkerige kat die een vogel besluipt na, is alles oké.
    Met mijn koffie in de hand overzie ik de tuin, het is de maand van het jaar waarin je daar niets hoeft te doen behalve te genieten. Sproeien doe ik doe ik niet aan, alleen de potten en vogelbadjes krijgen water, de rest moet zichzelf maar zien te redden of niet. Survival of the fittest, evolutie in de tuin.
    Vrienden, familie en sociale-media-genoten, bijna iedereen is met vakantie en toont het plezier. Ik zag eerst foto’s van files of rijen daarna parasols en kathedralen en ten slotte vielen ook zij stil. In de nieuwsapp is het komkommertijd. De enigen die de kop opsteken zijn de Koor-leden, die niet mee geëvolueerd zijn maar in tijden zijn blijven steken waarin men meende dat vrouwen minderwaardige wezens zijn ten opzichte van mannen, sowieso menen de Koor-leden dat er alleen maar mannen óf vrouwen zijn. Ze hebben nog heel wat te leren. Ik laat ze brallen en lallen, ze zijn het niet waard om de stilte te laten verstoren. Ook mijn en andermans kinderen maken hun reizen, als zij genieten heb ik ook plezier. Er zijn nog wel wat peuters, ze noemen zich boer, stampvoeten met vuur en versperring op de weg. Ze kennen nog geen gevaar, moeten nog leren dat je niet andermans spullen mag vernielen nee óók niet als je je standpunt duidelijk wilt maken. Maar ik hoef niet op pad, dat scheelt. Juist nu kan ik ongestoord meters maken met mijn manuscript. Fijne zomer allemaal.

  • Lintje


    ‘Het heeft zijne majesteit de Koning behaagd…’ Nee hoor, zo ging het niet maar ik heb wél een lintje. Dat zit zo. De Hersenstichting vraagt aandacht voor de onzichtbaarheid van hersenletsel en daarom kon je voor een kleine donatie een paars lintje verkrijgen waarop het logo en de naam ‘Hersenstichting’ vermeld staan. Het is de bedoeling dat je met dit lintje op de foto gaat en dit per sociale media verspreidt, waarbij je dan #SamenVoorBegrip toevoegt. Het mikpunt van dit alles is de onzichtbare gevolgen van een hersenaandoening zichtbaar te maken. Ik bekeek foto’s van mensen die me voorgingen. Inderdaad, er was niets aan hen te zien, jong of oud, ze zagen er heel gewoon uit. De een had het lintje om het hoofd gebonden, de ander in een strik onder de kin en ga zo maar door. Omdat er niemand thuis was maakte ik (na wat gedoe met de timer) een selfie die ik voor het plaatsen even goed bekeek. Ik zie er ook gewoon uit, in die zin dat het lintje goed past bij mijn paarse zomerjurk en dito ooglapje. Ooglapje… hm niet zo gewoon natuurlijk. Toch is ook bij mij sprake van onzichtbaar hersenletsel want iedereen denkt altijd dat ik wat aan mijn óóg heb en daarom het lapje draag. Mijn ogen kunnen niet samen kijken als gevolg van hersenletsel na een val, vandaar het lapje. Ik weet het, het ís misleidend. Net zoals bij andere mensen die bijvoorbeeld moeizaam lopen, men denkt dat ze iets aan hun béén hebben en dit niet persé zo hoeft te zijn. Het gaat erom dat niet alles is wat het lijkt. Dat staren vervelend is en opmerkingen dat ook zijn. Dat mensen met hersenletsel niet goed tegen prikkels kunnen. Dat mensen met hersenletsel snel moe zijn. Dus al lijkt het soms aan de buitenkant of iemand een of meer ledematen niet goed kan gebruiken, wat wonderlijk spreekt of in mijn geval een ooglapje heeft, het daadwerkelijke mankement zit in de hersenen. Daarom: #SamenVoorBegrip


  • Wij protesteren


    ‘We voelen ons overvallen’ en ‘Het komt onverwacht’, zo luiden de reacties van KLM op het kabinetsbesluit dat Schiphol moet inkrimpen. Voor corona kwam ik regelmatig in Hoofddorp en dan rook ik de kerosine en moest ik mijn gesprek soms staken wegens laag overvliegend vliegtuig, voor mij komt dit kabinetsbesluit eerlijk gezegd niet onverwacht maar behoorlijk laat.
    Vanwege de reactie van KLM maak ik me nu wel zorgen. Kunnen we binnenkort in plaats van tracktors, taxiënde vliegtuigen op de snelwegen verwachten?
    Het is ‘een dingetje’ dat ‘hoe te reageren op alles en iedereen’. Zelfs in het politieke Den Haag is men daarmee bezig. We proberen elkaar op te voeden, of beter te her-opvoeden want van onze ouders leerden we al om met twee woorden te spreken en alstublieft en dankuwel te zeggen, niet door elkaar heen te praten, goed te luisteren naar wat een ander zegt en met argumenten te komen. Schelden en stompen waren uit den boze.
    Wel herinner ik me de slogan die we op het schoolplein scandeerden als de juf of meester uit de buurt was: ‘Wij protesteren, we willen niet meer leren!’
    Persoonlijk kijk ik graag naar protestborden die demonstranten meenemen, of spandoeken die men maakt. Er zit vaak humor in, goed gevonden woordgrappen, tekeningetjes of uitdrukkingen. Ook al ben ik het niet altijd met het protest eens, ik kan denken ‘Goed gevonden!’ Maar ook dat is een afnemende zaak nu minister van der Wal via tekst op een vrachtauto met de dood bedreigd is. Daar is niks ludieks meer aan.
    Ik werd steeds somberder over de manier van protesteren totdat ik gistermorgen vroeg (het had geregend dus eindelijk even minder pollen) een ommetje maakte. Op een van de trottoirs had iemand met stoepkrijt in grote keurige letters ‘Geen poep’ geschreven. Kijk, hier doe je niemand kwaad mee, er komen ook geen files op het trottoir en met deze actie bereik je zeker iets. Geen hondenbezitter die nog op die stoep te kakken wil staan.



  • Binnenstebuiten


    ‘Nu is het dan weer een terugslag’, meldt Longarts.  De fase van mijn 2e Corona is na 4 weken voorbij en nu heb ik ‘gewoon’ een terugslag. Er is alleen wel wat extra schade opgetreden.  De astma is verergerd, de problemen met het Centraal Zenuwstel en het Immuunsysteem ook, er zijn nog steeds dagen dat mijn temperatuur te hoog is, mijn longen branden nog harder,  ik kan nu nog slechter tegen pollen en kon ik voorheen hooikoortscode geel net handelen, nu niet meer.
    Het is al in geen dagen en nachten code groen is geweest, ik zal dus binnen de conditie weer moeten opbouwen. Hoe en wat, daarover is overleg gaande (revalidatiecentrum?) en ondertussen doe ik het op z’n Irenes. Dat houdt in dat ik vooral niet moet vergeten om naar buiten te kijken want jongens, meisjes, allemaal: moet je die explosie van rozen in de tuin eens zien en bewonderen!
    Soms smokkel ik wel eens even, ben ik toch bij code geel buiten (bijvoorbeeld éven de uitgebloeide rozen afknippen) en dan word ik daarna benauwder, moet meer hoesten, krijg een piepende ademhaling, mega keelpijn en brandende longen, begint alles extra te tintelen, moet ik opletten dat ik niet over mijn dove voeten struikel of dingen uit mijn dove tintelhanden laat vallen en wil ik vooral slápen. Straf na overtreding. Het is de straf die ook bij de terugslag hoort, mij voor mijn gevoel binnenstebuiten keert.
    Gelukkig is niet alles  kommer en kwel. Ik had een leuke week met een uitstapje naar het Teylersmuseum (binnen) waar ik nog van nageniet (binnen) en ik heb me dan ook voorgenomen om me nergens iets van aan te trekken en zoveel mogelijk door te werken (binnen) aan mijn manuscript zodat dit binnenzitten ook nog enig nút heeft. Zo heb ik het al twee jaar en 2 maanden gedaan, telkens weer wat werken aan het manuscript waar ik ver voor Corona al mee begon. Tiep tiep tieperdetiepen, nadenken, lezen, nadenken, deleten, nadenken, tiep tiep. Alle kleine beetjes helpen, want uiteindelijk kan ik even juichen (binnen) want ik zit nu wel mooi bijna aan het einde van de Derde Grote Schrijfronde.


  • Agossie


    Derksen en zijn grensoverschrijdende mede-lachers komen weer op televisie terug.
    Dat Johan Derksen daar wegging kwam volgens hem alleen maar omdat Talpa niet aardig tegen hem deed, ze steunden hem niet en dat was -agossie-heel zielig voor hem want hij werd immers zo vreselijk ge-cancelled.
    Telkens weer duikt dat woord op, ‘cancelen’. Ik realiseer me dat ik wat Johan Derksen én René van der Gijp én Steven Brunswijk en Wilfred Genee een canceller ben. Het woord wordt met verachting uitgesproken, alsof ik tot wappienistische virusontkenners behoor.
    In RTL Boulevard was de terugkeer van Derksen en zijn companen ook een belangrijk item, Bram Moszkowicz en Lucky Luuk riepen om het hardst dat Derksen ‘nou eenmaal zo ís!’  Dit werd alom vrolijk ontvangen. Bram, een ervaren ex-advocaat, onderstreepte nog maar eens dat hier sprake was van een cancel-cultuur.
    Hoeveel mannen komen ermee weg ‘omdat ze nou eenmaal zo zíjn’? En wat stralen we op televisie uit als we verkrachting of vernedering of uitlachen vergoelijken met ‘het nou eenmaal zo zijn’? Langzaam werken we toe naar een rechter die uitspreekt: ‘Deze meneer heeft geen straf verdiend want hij ís nou eenmaal zo’, om eraan toe te voegen: ‘Lang leve de lol.’ En het geld natuurlijk, daar is Talpa zeker niet vies van want ja het programma had hoge kijkcijfers. Er was ook advies voor wie er niet tegen kan als er zout in den wonde gestrooid wordt: die moet niet in een agossie-slachtofferrol gaan zitten maar gewóón wegzappen. De media staan bol van Derksen en zijn kaars, wegkijken is lastig, je komt die droeftoeter overal tegen. Zijn gezicht heeft iets van een Hush Puppy, je weet wel die honden die sneu met hun oren over de grond slepen. Je krijgt er medelijden mee als je ernaar kijkt. Dat uiterlijk is deel van het imago van meneer Derksen. We weten nu ook dat hij zich de geslagen hond voélt. Nou, laat ik met mijn hand over het hart strijken. Wat mij betreft mogen de heren van Vandaag Inside terugkomen maar op één voorwaarde: Dat ze met een duizendurenkaars in hun waffel plaatsnemen.
    ‘Irene wat schrijf je nú toch!!!’
    ‘Ach ja, ha ha ha, ik schrijf nou eenmaal zo.’
    Daarbij heb ik nog wat op mijn wenslijstje, ik zou graag zien dat er een wet komt waarin grensoverschrijdend gelach strafbaar gesteld wordt.

  • Goed nieuws


    ‘Als je er binnen vijftien minuten kunt zijn’, juicht de doktersassistente aan de telefoon, ‘we hebben een 2e booster over!’
    Mijn huisarts weet dat ik al een tijd knok voor die 2e booster, nu de eerste al ruim drie maanden geleden verkregen werd. Ik mailde en belde naar het R.I.V.M, naar de G.G.D en naar de Rijksvaccinatielijn maar die wisten niet of de groep ‘Griepprik ónder de 60 jaar’ überhaupt nog aan bod zou komen. Op de longpoli ging men er van uit dat dit wel het geval zou zijn maar wist niks zeker. Ten einde raad twitterde ik mijn vraag naar minister Kuipers van Volksgezondheid himself en kreeg keurig antwoord.
    ‘De Gezondheidsraad adviseert geen herhaalprik voor mensen onder de 60 jaar, al dan niet uit een medische risicogroep.’ Ik besloot er nog een tweet aan te wijten waarin ik uitlegde dat vanwege Long Covid (al 2 jaar) opgelopen na Corona (in Eerste Golf), ik dan misschien niet in het ziekenhuis terecht zou komen bij her-besmetting maar dat ik zeker een terugval zou krijgen en dat de laatste zes maanden geduurd had.
    Er kwam geen reactie dus ik besloot een en ander per mail voor- en uit te leggen aan de Gezondheidsraad én bood aan om voor de booster te betalen. Jaren geleden kon dat immers ook wanneer je als ouder graag je kind wilde laten vaccineren tegen een nieuw meningokokkenvirus wat pas veel later in het Rijksvaccinatieprogramma opgenomen zou worden. We hebben toen vier kinderen á 70 Euro per stuk laten vaccineren. Dat bedrag hadden we er graag voor over, dan maar op iets anders bezuinigen. Ik schreef de Gezondheidsraad ook dat ik- terwijl iedereen uit eten gaat en op terrasjes zit en feest- noodgedwongen in lockdown verblijf, nog steeds geen bezoek ontvang en zelfs van mijn eigen kinderen anderhalve meter afstand houd.
    Ene Lotte Zonder Achternaam, mailde ‘namens de Gezondheidsraad’ terug dat een 2e booster gewoon echt niet nódig is.
    ‘Dat is op zich goed nieuws en heel erg bedankt voor dit geweldige aanbod maar het komt te laat’, zeg ik tegen de doktersassistente. ‘Ik ben gisteren positief getest.’
    Dit gesprek vond ruim 2,5 weken geleden plaats. Inmiddels ben ik nog steeds niet beter, heb een Prednisolon-kuur achter de kiezen en zit nu aan de antibiotica. Er wordt  overlegd met de longarts over revalidatie via het ziekenhuis.


  • Tegengas


    ‘Krijg de klere’, zo werd de opmerking waar de Oekraïnse soldaat op Slangeneiland terecht een medaille voor kreeg, in het Nederlands vertaald. Na weken van geld doneren en daarnaast het verzamelen van slaapzakken en shampoo voor weer andere acties, is mijn gevoel van machteloosheid alleen maar toegenomen, om van woede maar niet te spreken. Er moet iets gebeuren.
    Er komt een extra wasrek bij. Op de wasdroger hangt een briefje waarvan men de tekst letterlijk mag nemen: ‘Poetin, krijg de klere.’
    De op kamers wonende kinderen die nietsvermoedend en met een rugzak vol wasgoed het huis betreden, zien hun vader en moeder dicht tegen elkaar aangekropen, met een deken en kruik op de bank zitten.
    ‘Is de verwarming kapot?’
    ’Nee, wij willen dat Nederland zo lang mogelijk met de voorraad gas kan doen, zodat er zo min mogelijk (liefst helemaal niet) Russisch gas gebruikt hoeft te worden. De thermostaat staat op 15 graden.’
    Er valt van alles te verzinnen, van thermo-ondergoed, een dikke trui en daarover een fleece-vest tot een bureau-fietsje waarmee je jezelf niet alleen fit maar ook warm trapt. Beter alleen de kamer waar je werkt /zit kort bijverwarmen met een elektrisch kacheltje dan in het hele huis de verwarming op die temperatuur. Laat iedereen doen wat hij kan en dan noemen we het ’Speciale Operatie Tegengas.'



  • Wat een lol


    ‘De eerste keer dat ik jou zag’, zegt Man, ‘is me dat ooglapje helemaal niet opgevallen, ik zag het natuurlijk wel maar het deed niet ter zake. Ja leuk kleurtje, dat wel.’
    Zelf zie ik het ook nooit, in die zin dat ik mezelf ík voel, hoe ik er ook uitzie.
    Ik weet zeker dat Jada Pinkett Smith dat ook zo ervaart, ondanks dat ze een kaal kapsel heeft vanwege de aandoening Alopecia waardoor het haar uitvalt. Ik zag haar op het filmpje van de Oskaruitreiking, prachtig stralend in haar groene galajurk.
    We hebben allemaal kunnen zien en lezen hoe het afliep. Komiek Chris Rock zei dat ze met haar kale hoofd klaar was voor het vervolg op G.I. Jane, letterlijk een ‘grap’ over het hoofd van een ander heen.
    Chris Rock is een professionele grappenmaker, je zou verwachten dat hij dus weet dat dit superflauw en kwetsend is.
    Mijn ervaring en vast ook die van Jada, is dat mensen vaak denken dat ze als éérste zo’n ‘leuke originele spitsvondige opmerking’ maken. Dat zie je aan de manier waarop Chris om zich heen kijkt, zo van goed he? Hij zégt het ook nog eens ‘Dat was een goeie grap hè?’ In dit geval werd het: Wie een grap maakt moet op de klappen zitten.
    Wat ik nou interessant vond aan het filmpje is dat terwijl Chris Rock de ‘grap’ maakt, Jada met haar hoofd schudt en haar ogen rolt. Dit is de reactie van iemand die denkt: ‘Ja hoor, daar gaan we weer.’ Het was alsof ik mezelf zag wanneer iemand tegen Man zegt: ‘Heb je haar geslagen?’ en die persoon kijkt dan ook triomfantelijk om zich heen zo van hee hoorden jullie dat, goeie he? Of rechtstreeks naar mij ‘Kijk nou eens, daar heb je Kapitein Haak.’ Man houdt zijn handjes thuis maar zendt een venijnige blik. Ik zeg het gewoon: ‘Denk je nou écht dat je origineel bent? Ik heb dit al honderd keer gehoord joh, duhuuuuuh.’ En moet je dan het smoelwerk van zo iemand in elkaar zien zakken, dát is pas lachen!







  • Advies

    Op een van de drie dagen dat we naar de stembus mogen, wordt aangekondigd dat ‘de regels’ adviezen worden. Het is tot minister Kuipers en zijn kornuiten nog niet doorgedrongen dat Nederlanders alleen luisteren als iets moét en het dan nog heel moeilijk vinden. Adviezen, daar kunnen ze niks mee.
    ‘Alles mag weer’, zegt een vriendin die langsloopt als ik net de vuilniszak in de kliko kieper. Ik doe een paar stappen achteruit, de anderhalve meter zit nog in mijn systeem.
    ‘Alles kán nog niet’, antwoord ik. ‘Niet voor iedereen.’ In mijn omgeving gaat men allang weer naar horeca, theater, winkels, feesten en op bezoek. Ik moet daardoor juist nog voorzichtiger zijn. Ja, op advies van minister Kuipers maar ook mijn eigen specialist.
    Het is twee jaar geleden dat ik tijdens de eerste golf Corona opliep. Dat was de tijd met uitpuilende ziekenhuizen, tekort aan testen en mondkapjes.
    Zelftesten en vaccinaties waren nog verre toekomst.
    De klachten van toen zijn er nog.
    -Benauwdheid
    -Brandende soms stekende longen, brandende luchtwegen
    -Tintelende handen, voeten, tong, mond en een plek op de romp
    -Het gevoel alsof je altijd griep hebt
    -Mega keelpijn
    -Ráre moeheid (je valt gewoon in slaap)
    -Slecht tegen prikkels kunnen
    -Moeite met concentreren
    -Het altijd koud hebben
    Alle bovengenoemde klachten nemen toe bij de geringste inspanning.
    ‘Die tintelingen hoor je veel, komt doordat het Centraal Zenuwstelsel – net als jouw immuunsysteem trouwens- is aangetast door corona,’ legt Longarts uit.
    Het eerste anderhalf jaar ging ik nog in slakkengang met af en toe een terugslag, vooruit. De afgelopen half jaar was er als gevolg van drie terugslagen juist sprake van áchteruitgang.
    Na de zomer begint een nieuwe therapie, wekelijks naar het ziekenhuis voor een injectie, drie tot vijf jaar lang. Nou, van je hela hola, we houden de moed erin. Wat niet moeilijk is want ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik via een gemachtigde mijn stem kan uitbrengen, ik lééf, ik leef zelfs in een vrij en democratisch land. Als ik straks als enige nog met een mondkapje op loop en afstand houd, dan zal men me hoogstens vreemd aankijken maar niet meer dan dat.

  • Zon

    Vier keer maakte ik mee hoe het is om gevierendeeld te worden en tegelijkertijd een kind op de wereld te zetten. Ik deed dit vanuit mijn eigen comfortabele bed, met de verwarming aan, doeken en kleertjes gereed, Man’s hand om in te knijpen en dit alles ook nog eens onder leiding van een deskundige dirigent, te weten de verloskundige. Na afloop was ik moe maar voldaan, liet ik me verzorgen en verwennen door Man, kraamhulp en kraamvisite.
    De hele dag staat de televisie aan, op CNN, BBC en NPO zie ik de stroom vluchtelingen voorbijkomen, maar ook de achterblijvers die hun vensterbank schoonvegen van glas,  het volkslied zingen, geweren pakken. Ik hoor de laatste woorden van de grenswachters van Slangeneiland, het maakt me stil. Vervolgens scroll ik bezorgd door de nieuwsberichten van de NOSapp.
    Voor iedereen zal het weer iets anders zijn wat de meeste indruk maakt. De bom die vandaag bij mij insloeg was het fotootje met daaronder de tekst dat er een baby in een metro-station van Kiev geboren is. Veel mensen zien het als een teken van hoop, mijn blik is echter wanhopig. Je ziet het kindje, de liefdevolle hand van de moeder en op de achtergrond diverse mensen op een bankje–niemand wil zomaar wat toeschouwers bij haar bevalling- die doods voor zich uit staren, wachtend tot de zon weer achter de wolken vandaan zal komen.
    Sinds dit bericht is mijn bezorgdheid voor al die mensen nog groter maar tegelijkertijd ook toegespitst op die ene vrouw, waarvoor ik het grootste respect heb, dat ze onder deze omstandigheden een kind gebaard heeft. Is de baby niet te koud, tocht het niet op het metrostation? Stress en onvoldoende eten verminderen de kwaliteit van borstvoeding. Gekookt water en melkpoeder zijn waarschijnlijk ook niet voorradig. Eerst reden de metro’s nog, nu niet meer. Een baby is zo kwetsbaar, gaat het dit overleven? En de kraamvrouw? Hoe zal het kindje opgroeien, Oekraïens of als Russisch burger? Misschien wel met een vader die ‘Held’ is geworden? Oh vrede kom toch alsjeblieft snel achter die wolken vandaan en laat de zon voor deze mensen schijnen.

  • AjaJippieJippieJeeh


    ‘We doen het voor de vrijheid’, zegt de vrouw ‘en dat we elkaar weer kunnen ontmoéten.’ De vrachtwagens achter haar grommen instemmend. Een man begint nog meer doelen op te noemen.
    ‘Tegen de regering, tegen de klimaatwetten, oh ja vóór de politie, en natuurlijk tegen de digitale Euro.’ (De digitale Euro! Serieus!)
    Dit alles in het licht van de naderende totale versoepeling en loslating van de regels. Ik bedoel waar hebben we het nog over, een weekje?
    Ik zie een man met een witte cowboyhoed op, vast afgekeken van dat trucker-protestfilmpje over Canada. Daar reden mensen met zulke hoeden op een paard tussen de vrachtauto’s rond, ik weet niet of ze ook een lasso in de hand hadden maar het zou me niks verbazen. Ineens zit het dus in mijn hoofd, een ‘oorwurm.’
    ‘Zing ik ajajippiejippiejeeh’, galm ik uit volle borst. Lekker zo’n uitlaatklep, bij gebrek aan vrachtwagen zelf even brullen. Ik hops ook nog door de kamer rond, op een denkbeeldig paard, zwaaiend met een net-alsof lasso.
    Daarna plof ik naar adem snakkend op de bank. De volgende dag lig ik daar de hele dag.
    ‘Je moet ook niet te veel doen’, zegt de arts. ‘Post Covid Syndroom en nog wat beschadigingen, weet je nog?’.
    ‘Maar ik heb ook een uitlaatklep nodig en ik wil ook vrijheid!’
    Alle gekheid op een stokje, hoewel ik vind dat we in Nederland volop vrijheid hebben,  gún ik iedereen echt van harte alle cafébezoeken, etentjes, feesten, lunches, theater en polonaise. Ik zou graag meedoen (behalve de polonaise) maar elke versoepeling betekent voor mij voorlopig juist uitkijken geblazen. Ik blijf dus met mondkapje nog in mijn cocon. Juist nu. En dat terwijl ik veel te vieren heb, onder andere in maart mijn 2-jarig corona-jubileum. Binnenshuis demonstreer ik nu dus tégen aerosolen en vóór meer onderzoek naar Post Covid Syndroom en voor het bij elkaar voegen van alle kennis en het aanstellen van aparte Covid-specialisten.
    Ik heb een goed leven, een dak boven mijn hoofd, eten, een bed. Ik vermaak me met schrijven, lezen, en in slow motion het huishouden. Ik ontmoet mensen buiten, per telefoon of skype. Maar wát verheug ik mijzelf op de dag dat de besmettingscijfers weer gedaald zijn tot pakweg 2000 per dag.


  •  'Ikje' dat 10 feb in NRC stond

    Speelafspraak

    De basisschool gaat net uit als ik mijn ommetje maak. Een moeder zet haar zoontje achter op de fiets. Ze buigt zich over het stuur, zet stevig aan en fietst langs me. Ik vang haar woorden op.
    'En dan kan Sterre mooi met Nora spelen, want die is ook positief.'

  • Plafond


    De uitbarsting van de vulkaan bij Tonga was honderden keren sterker dan de atoombom op Hiroshima, lees ik in mijn nieuwsapp. Een enorme aswolk verspreidt zich over het eiland. De grauwe as verbleekt bij het bericht over die andere vulkaanuitbarsting, die bij het programma The Voice of Holland.
    Tim Hoffman en zijn team, die een uitstekend gemaakte aflevering van Boos plaatsten, kunnen tevreden naar het tellertje kijken. Op het moment dat ik dit typ keken er al 9,9 miljoen mensen.
    De eerste dagen had iedereen het erover, of het nou om talkshows, een zoommeeting of een Lockdown-ommetje ging. Ik zag op sociale media de ene na de andere beerput opengaan, vrouwen deelden massaal hún ervaringen met andere Borsato’s, Ali B’s en Regisseurs Zonder Naam. Ervaringen die niet bij The Voice plaatsvonden, maar in de trein, de bus, op het werk, de universiteit, bij de arts of de bakker. Berichten gleden als een lavastroom door mijn tijdlijn. Stuk voor stuk vanuit het hart geschreven, een verlate noodkreet. Ja, een verlate noodkreet meneer John De Mol, zo makkelijk is het namelijk niet.
    Morgen zijn ze bij Boos alweer bezig met een volgende uitzending over een ander onderwerp, hopende dat ze de kijkers kunnen vasthouden. De kranten liggen bij het oud papier, een enkeling steekt er de open haard mee aan. Maar wat gebeurt er met al die (voornamelijk) vrouwen die ’s nachts naar het plafond liggen te staren waarop ze de beelden weer voorbij zien komen? Wiens aslaag weggeblazen is waardoor de gebeurtenis weer fris naar buiten steekt. Woelend denken ze, ‘hád ik maar’ of ‘wat had ik anders kunnen doen, waarom heb ik niet, misschien was het toch mijn schuld, enz.’ Gepieker over ‘verjaring’, als je te lang de wond met as bedekt, ben je te laat om rechtvaardigheid te krijgen.
    Toch is de uitbarsting van Vulkaan Voice in Nederland vele honderden keren sterker dan die van #metoo na Weinstein in 2019. Gaat er nu echt iets verbeteren? Ik hoop het!






  • Op pad


    Een grauwe januaridag maar ik zie hem zonnig in. Eindelijk weer naar buiten na quarantaine! Op zo'n moment is alles mooi en ik meen toch echt een merel te hebben gehoord die al lente in zijn kop had (of had ik dat).
    Natuurlijk kneep ik 'm de afgelopen dagen, zou de booster z'n werk doen of zou ik toch besmet zijn geraakt?
    Daarbij gaat het toch al een tijdje niet zo goed met het Long Covid gedonder, ik ga niet vooruit, ben slechter af dan afgelopen zomer. Er zijn telkens terugslagen, golven die me overspoelen en voordat ik weer een stukje richting strand gezwommen ben, werpt de volgende me nog verder naar achteren.
    Wat nu? Niemand weet het want het is allemaal nog zo onbekend en dus de behandeling ook. Met mij is nu afgesproken dat ik minder ga bewegen, slechts om de dag mijn kortste ommetje. Dat vind ik moeilijk. Gelukkig las ik in De Gelderlander dat er onderzoek gedaan wordt naar Long Covid/Post Covid Syndroom. Ze gaan bekijken welke klachten daarbij horen en welke veroorzaakt worden door schade die corona toebracht en natuurlijk naar behandelingsmogelijkheden. Er is dus een plan en dat geeft moed om ook mijn eigen (minder bewegings) plan uit te voeren. Het is een lange (eindeloze?) weg en soms is het flink zoeken om lichtpuntjes te kunnen rapen maar ze zijn er, echt.


  • De enige oplossing

    VORIGE WEEK:
    ‘Ga je mee?’ Ik zwengel de riem voor haar neus heen en weer. Logeerhond logeert niet, ik kom haar in haar eigen huis ophalen. Ze blijft stokstijf in haar mand zitten.
    ‘Nee, vandaag maar niet’, fluistert ze terwijl ze haar oren naar achteren trekt.  
    ‘Wat is er met jou? Je trilt helemaal. Heb je koorts?’ Logeerhond schudt haar koppie.
    ‘Het is weer de tijd van het jaar.’ Ach, nu begrijp ik het. Sinds half november wordt er dagelijks vuurwerk afgestoken, ze vindt het doodeng. In de avond krijg je haar al helemaal niet meer mee, ze durft zelfs geen plasje in de tuin te doen.
    Die plasjes komen in de huiskamer terecht.
    DEZE WEEK:
    ‘Ga je mee?’ Ik vraag het met mijn liefste stem, strooi brokjes als de kruimels van Hans en Grietje, een lokmiddel naar de buitendeur. Logeerhond ligt languit in haar mand, tilt loom haar hoofd op.
    ‘Oh haaaai’, zegt ze, het klinkt als ‘high’.
    ‘Wat is er met jou? Ben je nu wel ziek?’
    ‘Oh nee, ik voel me helemaal tóppie! Als ik nu van de Eiffeltoren zou moeten springen meid ik deed het zó!’ Ze praat een beetje met dubbele tong maar ik ben onder de indruk van haar zelfvertrouwen. Ze kijkt me aan en nu zie ik het pas goed.
    ‘Wat is er met je ógen?’
    ‘Mijn ogen? Niks lieve schat, helemaal niks, ik zie aaallleees, alles is práchtig.’
    ‘Ik zie er een draaiende spiraal in, ze lijken op de ogen van het jongetje Mowgli uit de film Junglebook wanneer de tygerpython Kaa hem hypnotiseert!’ Logeerhond zucht, laat haar oogleden zakken en valt in slaap. Daar sta ik dan met de riem ongebruikt in handen. Ik kijk om me heen, mijn oog valt op een potje dat op tafel staat. Er zit een etiket op van dierenarts Lint. ‘Logeerhond Janssen, Pollenlaan 4 Wijchen, in tijden van vuurwerk, drie keer daags een pil.’
    ‘Goed spul’, zeg ik, ‘maar dit is toch ook geen oplossing.’ Logeerhond hoort me niet, ze snurkt. Thuisgekomen ga ik meteen online naar vuurwerkmanifest.nl , om de petitie voor verbod op vuurwerk ten behoeve van dieren en milieu, te ondertekenen.



  • Mode

    Kerstballen bij de kringloopwinkel? Ik herinner me dat ik er enkele jaren geleden vol verbazing naar keek. Het waren er niet een paar, van mensen die de zolder opgeruimd hadden, nee… er lagen daar manden en manden vol kerstballen.
    ‘We hebben de muur groen geverfd’, zegt mijn nicht aan de telefoon. ‘Maar ja, we hadden groene kerstballen en die zie je nu haast niet meer dus die leg ik opzij voor als de kringloopwinkel weer opengaat. In de krant lees ik een artikel waarin staat dat het dit jaar in de mode is om gouden ballen in de boom te hangen, eigenlijk moet alle kerstversiering goudkleurig zijn. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat er Kerstboom-mode bestaat. We hadden vroeger wel een buurvrouw die elk jaar een nieuwe boom met bijpassende servetten organiseerde. Het ene jaar rode ballen en slingers en servetten, het andere jaar zilver met roze en ik kan me ook het blauwe bal-servet-jaar nog herinneren. Ik dacht dat zij een uitzondering was maar ik blijk die uitzondering zelf te zijn. Onze boom is – ook al zijn de kinderen niet meer klein- nog altijd een bonte verzameling met ‘van alles’. Alle ooit door de kinderen gemaakte kerstversiering wordt door diezelfde kinderen nog elk jaar uit de doos opgediept, natuurlijk onder het uiten van commentaar. Allereerst is er een ‘iets’ gemaakt van brooddeeg, versierd met paarse verf en veel glitters.
    ‘Oh jaaaa dat stérretje!’ Liefdevol wordt het in de boom gehangen. Vervolgens is er een engeltje aan de beurt. Er wordt gelachen. ‘Wat een horror-hoofd.’ We hebben ook gekochte ornamenten.
    ‘Mam, dit beertje had je toch van Pap gekregen?’
    ‘Jazeker, het was het tweede cadeautje wat ik ooit van hem kreeg tijdens onze eerste Kerstmis samen.’ De kinderen en ik zwijmelen even weg. Het is een schattig beertje dat aan een pootje bengelt.
    ‘Wat was het eerste cadeautje eigenlijk?’
    ‘Een waterpomptang!’  
    Al die kerstversiering, allemaal met een verhaal. Nee, dit mag nooit naar de kringloop, het is immers góud waard!






  • Ook goeiemorgen


    Het is nog schemerig als ik aansluit in de bescheiden rij die buiten voor de XXL booster-locatie staat opgesteld. Mensen met mondkapjes al voor, klaar voor de start. Van links komt een man, mijn leeftijd, aangelopen en neemt vóór mij plaats in de rij.
    ‘Nou vooruit dan maar’, zeg ik. De man heeft niet alleen struisvogelzicht maar ook oren. We schuiven door en komen in een tent-achtig voorstuk van de ingang. Hier wordt míjn zicht slecht, de bril beslaat. Ik poets wat en zie een medewerker naast de rij, mediterraan type. Na weken van zelf-isolatie vind ik het heerlijk om weer ‘echte’ mensen mee te maken. Aan iedereen stelt de medewerker dezelfde vraag, die beroepshalve gesteld moét worden en dat doet hij net zo vriendelijk als zijn ogen staan.
    ‘Heeft u alles ingevuld?’ De enkeling die opschrikt, kalmeert hij door te vermelden dat iets verderop tafels staan waar je dit alsnog kunt doen. Ook de man voor mij krijgt de vraag gesteld.
    ‘Heeft u alles ingevuld?’
    ‘Ja natuurlijk, ik kom hier niet voor de eerste keer hè?’ Het is de toon die de muziek maakt zeggen ze dan, nou in dit geval: metallic. De medewerker houdt zijn mond, die van mij valt open (achter mijn mondkapje). Een mevrouw met GGD op haar shirt komt naar haar collega toe.
    ‘Zou jij willen controleren hoe láát de mensen een afspraak hebben? Er wordt namelijk stevig voorgedrongen.’ Ze snelt alweer weg. De medewerker kijkt bezorgd, zijn ogen gaan met tegenzin richting de man voor mij. Aan diens rug zie ik al dat deze niet beschikbaar is voor welke vorm van controle dan ook.
    Soms is het wel geoorloofd om mensen te negeren.
    ‘Mijn afspraak is om vijf over half negen’, zeg ik zo opgewekt mogelijk tegen de medewerker. Die draait zijn hoofd naar mij, kijkt dan op zijn horloge.
    ‘Dat is prima!’, concludeert hij.
    ‘Dankuwel!’, antwoord ik.’ Achter me hoor ik mensen ook hun tijden noemen, vriendelijk, want ze hebben alles gehoord en plaatsvervangende schaamte met betrekking tot onze voorganger. De sfeer en het gezicht van de medewerker klaren weer op terwijl het ook achter ons, buiten, steeds lichter wordt.



  • 2G of 3G? Ik ben voor GG en GV


    Akelig en niet nodig, die tweedeling tussen G2 en G3. Uit gedragsonderzoek van het RIVM blijkt dat alleen al in de horeca, slechts voor 65% wordt gecontroleerd. Dus ik vrees dat zowel G2 als G3 niet voldoende zal helpen om de zorg te ontlasten.
    Laten we niet wachten op opgelegde maatregelen maar zelf het GV (Gezond Verstand) controleren. Leg je GV eens onder de scanner, vraag jezelf af of je nog verstandig met dit virus omgaat, of het tijd wordt om wat bij te sturen. Misschien toch wat minder onder de mensen komen, misschien toch nu dat vaccin nemen.
    In plaats van regels te ontduiken kun je ook je GG (Geen Gezeur) nog even checken; zoek de lichtpunten in je leven, kijk om je heen naar mooie dingen die er ook zijn, en naar wat wel kan.


  • Ellek nadeel heb se voordeel

    Bijna had ik weer een ronde van mijn manuscript af, bíjna, nog twaalf pagina’s te gaan. De grandmaster die me begeleidt had me onlangs nog een opzwepende mail gestuurd, dat motiveert natuurlijk enorm. Nog twaalf pagina’s, nog elf, nog…
    Ineens had ik het te pakken. Ja mijn verhaal, maar ook nog iets anders: griep. Gelukkig geen Corona maar de combinatie griep met Long Covid is ook niet ideaal. Het hoesten he, dat vinden de toch al brandende longvliezen echt niet leuk. Terwijl de temperatuur opliep, de deskundigen een longontsteking vreesden, lag ik me te verbijten in mijn laken, potdorie zat ik er net zo lekker in, was ik van mijn manuscript gerukt. Ik wilde werken!
    Ik hoestte, ik proestte maar ondanks dat, dácht ik nog wel aan het manuscript, alleen niet tot in detail, het was allemaal wat vager, wat snottiger om het maar zo uit te leggen.
    Zoals in de kindertijd mijn knuffelbeer naast me lag, had ik nu mijn rode aantekenboekje aan mijn zijde geklemd. De pen die erbij hoort, bleef werkloos.
    Het duurde en duurde en op een dag, ja hoor de temperatuur zakte, het hoofd werd helderder en daar bevond ik me dan eindelijk weer achter de computer!
    Ik opende het document en ging met de laatste pagina’s aan de slag. De laatste pagina’s van deze manuscript-versie. Ineens had ik het te pakken. Nee, geen griep, een idee voor een enorme aanpassing! Blijkbaar hadden mijn hersens in hun koortsstand toch doorgewerkt, lijntjes gelegd, ‘gebrainstormd’ en besloten. Hup, snel door naar de volgende ronde!




  • Meer of minder


    ‘Mag het een onsje meer zijn mevrouw?’, dat vroeg de slager vroeger aan mijn moeder als ze een stuk vlees of plakken ham bestelde. Als vijf, zes, of zevenjarige stond ik erbij en hoopte op het vervolg ‘Mag de jongedame een plakje worst?’.
    Een onsje meer of minder vond mijn moeder nooit erg maar het moest natuurlijk niet te gek worden, bij drie ons zei ze beslist ‘Nee’. Het was natuurlijk ook geen verplichting, ze hoéfde dat onsje meer er niet bij te nemen, kon het eraf laten halen.
    Afgelopen dinsdag werd er in de persconferentie verteld dat er nieuwe regels komen, het mondkapje komt er weer bij. Een onsje meer dus.
    De nieuwe regels zullen op zaterdag in gaan. Vandaag is het de donderdag voor die zaterdag. Ik ga naar de winkel om vast Sinterklaasinkopen te doen. De Goedheiligman is nog niet in het land maar ik vermijd de drukte liever dus begin maar vast. Ik ben niet de enige die in de zaak die ik bezoek winkelt maar wel de enige met een mondkapje op. Mensen kijken verbaasd naar mij. Nu ben ik het gewend om -als ik niet in mijn dorp loop- verbaasd bekeken te worden omdat ik een ooglapje draag. In mijn woonplaats is men dát inmiddels wel gewend. Kijken ze nu echt zo naar mij omdat ik als enige met een mondkapje loop? Het is onmogelijk om zonder spiegel in een winkel te zien hoe je zelf kijkt maar ik vermoed dat dit ook verbaasd is, want dat ben ik. Een regel wordt ingesteld omdat deze nodig is en laten we eerlijk zijn, we voelden deze met de oplopende cijfers allang aankomen, zo’n verrassing was het niet. En gaan we dan nu met z’n allen wachten tot het zaterdag is omdat we het mondkapje dán pas op moéten? Stel de weersverwachting voorspelt op zaterdag regen maar op donderdag valt het al met bakken uit de lucht, dan zetten we toch ook die paraplu op?
    Hoe dan ook, iedereen moet het uiteraard zelf weten. Voor mij maakt het niet uit, een lapje meer of minder.


  • Feestje

    Hij kwam enige weken geleden binnenrollen. ‘Thomas Verbogt veertig jaar schrijver’, was de titel van de nieuwsbrief van boekhandel Dekker & vd Vegt, met uitnodiging voor een avond rondom de letterlijk gevierde auteur. Als zelfbenoemd voorzitter van DEETVFN (De Enige Echte Thomas Verbogt Fanclub Nederland) begon ik na te denken over een passend cadeau(tje). Schrik niet, dit wordt geen epos over ‘en toen kon ze niets verzinnen.’ Schrijven begint immers met de eerste letter, in het geval van Thomas waarschijnlijk met een T.  Ik herinnerde me dat de Hema bekers verkoopt met een drukletter erop, checkte nog even de website, ja hoor bekers met alle letters, de T was nog voorradig. Ik besloot dit artikel niet online te bestellen want dan zou er een kartonnen doos omheen moeten. Ik las onlangs namelijk dat als gevolg van het massaal corona-bestellen, en dus extra papierverbruik om kartonnen dozen te maken, er een tekort aan papier voor het drukken van boeken is ontstaan waardoor boeklanceringen uitgesteld worden. De nieuwe roman van Thomas staat voor 2022 gepland, dat mag niet uitlopen.
    De dag voor de feestelijke avond wandelde ik naar de Hema. Ik wandelde ook door de Hema, en nog eens en nog eens. Daarna schoot ik een verkoopster aan.
    ‘Bekers met een Tee? Nee.’
    ‘Ja maar?’ Ze ging voor me op de website kijken.
    ‘Het zit u niet mee. Ze zijn net uit het assortiment.’
    Ik zocht in de winkel naar een andere beker maar de opdruk ‘Time to relax’ leek me niet geschikt, ik zie liever dat Thomas lekker doorschrijft. Dan toch nog maar papier aan één kartonnen doos verspillen. Thuis googelde ik op ‘Beker met een letter’. Er waren witte mokken met een groene of roze T, wel heel groot van formaat maar het grootste bezwaar was de levertijd van een paar dagen. Vervolgens vond ik ‘Letterbekers met een dier’ en bij de T een prachtige Toekan geschilderd, zou de volgende dag geleverd worden dus net op tijd. Bij ‘afwasmachine’ stond echter een rood kruisje en dus ging dat feestje niet door, afwastijd is geen schrijftijd, bovendien weet ik dat Thomas aan zijn afwasmachine hecht, hij schreef een column toen het apparaat kapot was.
    Uiteindelijk kocht ik toch weer bij de lokale Hema een bescheiden beige beker zonder T maar wel mét een verhaal want een van de véle dingen die ik van Thomas leerde is dat overal een verhaal in zit.


  • Betoveren


    Eigenlijk was ik niet van plan om jullie met deze nieuwe ontwikkeling lastig te vallen. Sommige dingen moet een mens gewoon privé houden, waarom zou je alles op internet pleuren?
    Aan de andere kant zijn er veel mensen die hun mening via sociale media opschuren, is het misschien toch beter dat ik een en ander deel.
    Eerder meldde ik dat ik al 1,5 jaar tob met after-Corona-gedoe en immunotherapie was begonnen. Dit is een therapie tegen de allergie voor graspollen die ik na Corona kreeg, waardoor ik al twee zomers voornamelijk binnen zat. Nee, géén hooikoorts!!! Ik hoef niet te niezen, krijg geen rode of tranende ogen en geen snotneus, ik krijg ‘alleen maar’ heftig brandende longen en dat kan pijn doen. Hoe meer graspollen in de lucht, hoe erger. Overigens gaan mijn longen ook bij huisstof en bijvoorbeeld op de snelweg (uitlaatgassen) harder branden en bij inspanning, er zitten waarschijnlijk vele kleine ontstekingen in de longvliezen.
    ‘Corona heeft je immuunsysteem aangetast’, zo werd me uitgelegd door longarts en allergoloog. Ik begon vol goede moed aan de immunotherapie, dankbaar dat ik in een vrij land leef, zonder gebombardeerde ziekenhuizen.
    Een week of twee geleden kwam ik benauwd en ziek op de Spoed Eerste Hulp terecht. Daar zag de arts de verdikking in mijn keel, mijn hartslag was idioot hoog. Het lichaam was compleet van de wap als gevolg van een langzaam opgebouwde allergie tegen het medicijn dat tegen allergie zou gaan helpen. Dankzij Corona reageert mijn lichaam met een vulkaanuitbarsting en tsunami, compleet over de top en nergens voor nodig.
    ‘Dat heb jíj weer’, roepen mijn vrienden. Maar dat is niet zo, ik ben niet de enige wiens lijf na Corona overal hyper op reageert. Ik heb dan wel een ooglapje maar dat deed aan mijn gezondheid niks af, die was prima. Iedereen kan Corona krijgen en Corona kan jou je vrije adem en vrije leven ontnemen.
    Dus ik roeptoeter dus toch maar rond dat we hier gelukkig voldoende vaccinaties hebben, maak er gebruik van.
    Laat ik positief eindigen. Ik mocht twee weken onbeperkt ijs eten! Het is een kwestie van herpakken en doorgaan. Gisteren genoot ik aan het begin van de avond van een wandelingetje maar vooral van de zon die zijn stralen uitstrekte om nog net even het groen te betoveren.

  • Oren


    Op het moment van ontwaken wist ik het meteen, dit kon niet anders dan Corona zijn. Opgelucht haalde ik adem. Nu hoefde ik er niet meer tegenop te zien, niet meer angstvallig besmetting te vermijden. Het was begonnen, over een paar dagen zou alles achter de rug zijn (ik was redelijk jong en verder slank en fit) en ík kon straks weer beschermd en wel door mijn antistoffen, het normale leven in.
    Onwetendheid begint met gebrek aan ervaring.
    Vandaag is het precies anderhalf jaar geleden dat ik Corona kreeg. Die opgeluchte ademhaling werd na een paar dagen vervangen voor benauwdheid. Vaak ging ik slapen met het idee ‘Nou we zien wel of ik morgen nog wakker word.’ Ik overleefde gelukkig maar opgelucht ademen kan ik nog steeds niet.
    Laatst las ik een column in de NRC van Rosanne Hertzberger, die het over ‘ziekten tussen de oren’ had en daar Long Covid bij plaatste. Even overwoog ik een ingezonden brief.
    Daarin zou ik haar uitleggen dat het bij mij tussen de longen zit. Om preciezer te zijn, mijn longvliezen zitten vol kleine ontstekingen, bij elke teug adem branden de longen en bij inspanning word ik kortademig.
    Verder is mijn immuunsysteem aangetast waardoor ik hyperactief reageer op bijvoorbeeld graspollen (al twee zomers binnen gezeten). Ik ben nog altijd onder behandeling van een longarts, moet ademhalingsoefeningen doen, veel medicijnen gebruiken en ben onlangs begonnen met immunotherapie. Ik zou schrijven dat ik trots ben dat mijn conditie verbeterd is maar dat ik nog wel liefst in bejaardentempo wandel en dat fietsen op mijn vierwielfiets niet meer gaat. Dat ik me altijd voel alsof ik zwaar griep heb. Dat ik weet dat dit niet zo ís en dus zoveel mogelijk probeer om mijn leven te lijden zoals voor Corona. Dat dit dan weer niet lukt en dat ik weet dat ik mijn grens over ga als ik het weer idioot koud krijg, de keelpijn toeneemt en ik spontaan in slaap val. Dat ik nog steeds FFP2 maskers draag en afstand zal blijven houden, niet alleen omdat ook gevaccineerden nóg een keer Corona kunnen oplopen maar ook omdat een verkoudheid of gewone griep voor mij vervelende consequenties heeft.
    Vandaag brengt de NOS me het bericht dat de overheid meer geld uittrekt voor onderzoek naar Long Covid. Toch een mooi cadeautje op deze mijlpaaldag.


  • Vroemen tussen de bloemen


    Er zijn mensen die klagen over een verregende zomer. Ik zie de zonnige kant, de planten in mijn tuin bloeien langer dan de afgelopen drie jaren tijdens hittegolven het geval was.
    Gisteren zat ik op mijn hurken bij de borders om her en der uitgebloeide bloemen af te knippen en de knoppen die er nog gloorden daardoor van extra energie te voorzien. Ineens hoorde ik een akelig geluid.
    ‘Vrrrrooooeeeem, vrrroooeeem.’ Heel even kreeg ik de neiging iets weg te meppen. Maar het ging hier niet om een stekend insect. Ik herkende het geluid uit mijn jeugd. Destijds hoorde ik het óók in de tuin!
    De eerste jaren van mijn leven groeide ik op in een plaats die redelijk in de buurt van Zandvoort lag. Het waren de eind zestiger jaren, de tijd waarin mijn ouders nog een kolenkachel stookten. Het hing een beetje van de windrichting af maar als we op zomerse weekeindmiddagen van de tuin genoten -mijn ouders met een boek, ik in de zandbak- kon het zijn dat er ineens het vrrooooeeem vroooeeem klonk en een vieze geur als een stortbui in de tuin neerdaalde. Dit alles kwam door de races op Het Circuit in Zandvoort. Niet zelden verkaste het hele gezin weer naar binnen.
    Tegenwoordig woon ik echter in de buurt van Nijmegen. Hoe kon ik raceauto’s horen?  Het bleek dat in een van de mij omringende tuinen, iemand via tv of mobieltje, de races uit Zandvoort dichtbij haalde.
    Mijn eigen mobieltje gaf een ander vroemgeluid, het was een push bericht want ‘onze Max’ had gewonnen.
    Ik gun ieder mens z’n hobby of beroep en feliciteer Max. Net zoals we in Nederland anno 2021 niet meer van de kolencentrales zijn, vraag ik me af of we, tot de raceauto’s elektrisch geleverd worden, niet beter tijdelijk kunnen stoppen met dat gevroem. Dit dan nog afgezien van de hordes mensen – ook al zijn er minder dan normaal toegestaan- die erop afkomen en in hun enthousiasme de anderhalve meter inkrimpen tot anderhalve millimeter. Klimaat en Corona, soms is er in Nederland sprake van struisvogelpolitiek. Geen regeren maar negeren, zoiets.


  • Welkom


    Het is rustig in het bos op een doordeweekse dag. Het zonlicht vindt zijn weg, piept tussen de takken en bladeren door. Ik ruik dennen en aarde, daar kan geen parfum tegenop. Terwijl ik op mijn hurken dennenappels raap en in een emmer doe, passeert er een jonge vrouw die een kinderwagen duwt, naast haar loopt een jongetje van hooguit drie jaar. Ik groet haar zoals ik iedereen groet. Ze houdt haar pas in.
    ‘Mag mijn zoontje iets vragen?’ Zoontje duikt meteen achter haar benen.
    ‘Natuurlijk!’ Verlegen komt hij weer tevoorschijn.
    ‘Ben jij een boswachter?’
    ‘Nee, ik ben geen boswachter maar ik ben wel dennenappels aan het rapen omdat ik daar een insectenhotel van wil maken waar allemaal kleine beestjes gezellig kunnen wonen.’ Even moeten deze woorden bezinken, dan klaart zijn gezicht op. Een insectenhotel vindt hij duidelijk nog veel leuker dan een echte boswachter. Dan kijkt naar zijn voeten.
    ‘Hier ligt er een!’ Met de schat holt hij naar de emmer en dat zal hij nog vele keren doen (telkens eentje tegelijk in de uitgestrekte hand) totdat ik hem hartelijk bedank voor alle hulp, constateer dat we nu genoeg hebben voor een heel groot hotel en zijn moeder vast graag weer verder wil wandelen. Het gezicht van het jongetje betrekt. De moeder die aandachtig luisterde toen ik uitlegde hoe ik het hotel wil maken, stelt voor om onder in de kinderwagen-bak ook nog wat dennenappels te verzamelen.
    Ik denk aan mijn eigen kindertijd. Altijd bezig met stokjes en blaadjes in ditzelfde bos. Mijn ouders hadden goeie ideeën omtrent wat je daarmee kon doen. Soms plakte ik ze thuis op een vel papier of maakte in een bak een mini-bos. Spelen kun je op zoveel manieren doen en blijven doen.
    De volgende dag ga ik met een rol fijn gaas aan de slag. Ik knip en buig, net zo lang tot ik een bak heb waarin ik de emmer leeg kiep.
    ‘Welkom insecten’, zeg ik hardop, maak nog net geen buiging. Jammer dat het jongetje niet kan zien hoe mooi dit onderdeel van het hotel is geworden.



  • Tadááá


    Ik heb het gedaan! Het voelt alsof ik weer terug ben in mijn normale leven! Nee, ik ging niet naar een festival. Ook zat ik nog niet op een terras. Voor het eerst in anderhalf jaar ben ik in de supermarkt geweest!
    Het feest begon al met de weg erheen. Niet op de fiets, dat kunnen mijn longen post covid nog niet behappen. Ik voelde me net mijn oma, met een boodschappenkarretje dat achter me aan hobbelde. Zij had er een met een Schots ruitje, de mijne is fel paars. Het geluk van deze dag zat hem ook in code groen die de hooikoortsradar aangaf. Niet dat ik hooikoorts héb maar mijn longen gaan sinds Corona nog harder branden als er pollen zijn. De longarts is er druk mee bezig, in september -na het pollenseizoen- start mijn immunotherapie die drie jaar zal duren. In de hoop dat dit het branden iets zal doen afnemen want pollen zijn niet de enige oorzaak.
    ‘Het is iets met de longvliezen, we denken aan kleine ontstekingen, niet zichtbaar op de scan maar we wéten dat er iets mee aan de hand is. En je bent beslist niet de enige’, zo heeft ze het me uitgelegd.
    De supermarkt bleek nog hetzelfde, al stonden sommige artikelen op een andere plaats. Het was er druk, toch waren een mevrouw en ik de enige met mondkapje. Iedereen reikte gezellig langs mekaar heen. Terwijl ik de melk pakte, verbaasde ik me erover dat het eigenlijk heel gewoon voelde. Alsof ik hier vorige week nog was. Hoe kan dat? Is het net als zwemmen, iets wat je niet verleert? Maar het is meer, het is iets wat je gemist hebt en als je het dan kunt doen verwacht je dat je uit je dak gaat, met een tadááá-gevoel maar als ik eerlijk ben, voelde het alledaags.
    De kassajuffrouw was er ook nog. ‘Ach Corona, pff, ik heb gewoon mijn leven geleefd en ik heb het niet gekregen.’ Maar ze was wel blij me te zien en ik haar.
    Met mijn aankopen aanvaardde ik de terugtocht, dezelfde als heen maar langs het Wijchens Meer lopen is beslist geen straf. De bomen weerspiegelden in het water. ‘Een plaatje’, zei ik tegen mezelf, parkeerde het karretje en nam een foto. Een groen plaatje om deze toch bijzondere dag, te markeren.


  • Zelf doen


    ‘Ik doe het je wel even voor.’ Ik stond al klaar met een emmer sop en toiletborstel in de hand.
    ‘Hoeft niet Mam.’ Mijn dochter schudde haar hoofd, rolde met haar ogen.
    Het leren schoonmaken van de wc behoort tot de grondbeginselen van mijn opvoeding, geen van onze kinderen mag het nest verlaten zonder deze kunst onder de knie te hebben. Zowel de jongens als de meisjes, uiteraard. Gelukkig bleek de onwil slechts op mijn opvoedmethode te slaan.
    ‘Hoeft niet mam, ik bekijk wel een filmpje op You Tube.’
    ‘Zijn daar filmpjes van dan?’ Ik voelde me een ouwe sufferd. Tegelijkertijd hoopte ik maar dat mijn dochter goed naar de instructies zou kijken en het zelf zou gaan doen.
    Als ze twee jaar zijn willen kinderen alles ‘selluf doen’ wat nogal eens tot strijd kan lijden. Als puber vergéten ze juist dat ze iets ook zelf kunnen, laten alles voor jou liggen. Adolescenten doen het dan wel daadwerkelijk zelf maar hanteren daarbij hun eigen hygiënische grenzen. Ook al kunnen ze een toilet schoonmaken, dit betekent niet dat ze dit in hun eigen studenten-nest ook doén. Die gedachte moet je als ouder maar doorspoelen. Laat die ergernisdrol gaan, klamp je vast aan de mantra: Ze weten hoe het moet, dan komt het uiteindelijk wel goed. Het zit ergens in dat koppie. Je stelt je voor hoe je kind op een dag in die toiletpot kijkt, ineens aan jóu denkt en weet wat er moet gebeuren!
    Dat loslaten lukt me aardig, behalve wanneer ik mijn dochter opzoek en na de urenlange autorit nodig moét. Dan is het wel even slikken om te bedenken dat dit haar leven is waarin zij de baas is. Ik wil niet zo’n moeder zijn die gaat zeuren of erger, de toiletborstel ter hand neemt en de studentenplee van haar kind poetst. Nee, ik focus me op mijn eigen toiletzaken.
    Onlangs constateerden mijn man en ik bij de wc in ons huis enige moeilijkheden, er stroomde niet genoeg water.
    ‘We moeten een loodgieter laten komen’, zuchtte mijn echtgenoot. In Coronatijd is dat niet prettig. Na enig googelen vond ik de oorzaak. Het zat hem in de ‘vlotter toilet membraan’, jazeker. We kochten online voor slechts negen Euro dit onderdeel, wat na een paar dagen in een enveloppe door onze brievenbus rolde. Vanaf dat moment waren we iets minder enthousiast over ons koopje. Want hoe kregen we dit dingetje op de juiste plaats in het toiletreservoir? Het was priegelig klein, met vreemde randjes en uitstulpingen. Ineens dacht ik aan onze dochter en wist wat er moest gebeuren. Aan de hand van een You Tube filmpje werd de klus geklaard.


  • Voorbeeld


    ‘Zien eten doet eten’, een uitspraak die je niet zoveel meer hoort. De strekking is duidelijk, als je iemand iets ziet doen dan denk je sneller ‘Hee, dat lijkt míj ook wel wat.’
    Ik geef een voorbeeld: Doventolk Irma Sluis. Na haar beroemde vertolking van ‘hamsteren’, was heel Holland aan de gebarentaal en de opleiding tot doventolk kreeg enorm veel aanmeldingen.
    Op een nieuwssite lees ik dat de opleidingen voor de zorg, dit jaar nog nét een mínimaal aantal jongeren hebben weten aan te trekken. Ook lees ik dat er volgend jaar een tekort is aan duízenden verpleegkundigen.
    De afgelopen corona-tijd zijn we overspoeld met beelden van verpleegkundigen. Telkens hadden vele jongeren kunnen denken: ‘Hee, dat is uitdagend en zinvol werk, dat is ook wel wat voor míj.’
    Zelf kwam ik daar op mijn 18e achter. Niet via de televisie of krant maar omdat ik veel in het ziekenhuis kwam waar mijn zieke vader lag. Dacht ik voorheen nog dat je in de verpleging niets anders deed dan bedden opmaken en bloemen in vazen zetten, zag ik ineens de verpleegkundige een infuus aanleggen, observeren, verzorgen en uitleg geven aan patiënten. Ik was om en solliciteerde voor een plaats als leerling-verpleegster (Je had toen nog inservice-opleidingen binnen het ziekenhuis).
    Er was toen, in tegenstelling tot nu, een overschot aan aanmeldingen voor deze opleiding. Er is iets grondig misgegaan met het imago van verpleegkundige. Verpleegkundigen worden tegenwoordig gezien als hardwerkende mensen in een onderbetaalde baan waarbij er over hen heen gewalst wordt door virusontkenners en feestgangers die hun uitlaatklep niet kunnen houden.
    Het aanvankelijke applaus verstilde, verpleegkundigen moesten de mei-vakantie doorwerken. Naast de uitputting kon alle ellende die zich op hun netvlies verschanst heeft, daardoor nog eens extra de kans krijgen om aan te koeken. Het is al voorspeld dat als straks de adrenalinepomp stil staat, de grote klap komt. Werknemers met een burn-out of die iets anders gaan doen. Laat het geen genadeklap worden, maar laat de overheid behalve het steunen van bedrijven ook de zorg eens goed gaan steunen. En dan bedoel ik niet bonus-eenmalig maar structureel én onder aanmoediging en overdonderend applaus van de rest van Nederland. Laat zien dat dit beroep gewaardeerd wordt, wie weet kunnen we dat tekort dan inkorten.

  • Goeiedag


    ‘Als alles weer normaal is.’ Dat hoor je mensen deze dagen zeggen, nu ‘de cijfers’ dalen. Zullen we over een jaar nog weten dat we met ‘de cijfers’ het aantal positieven van de dag bedoelen?  Zal de tweespalt tussen corona-ontkenners en vaccinatievoorstanders in de opgeklaarde aerosolenlucht oplossen?
    En hoe zullen we elkaar gaan begroeten?
    Is dat binnen de kortste keren weer smak-smak-smak 9of is dat voorbij? We zijn nu al zo’n tijd gewend dat kussen en elkaar handen geven uiterst onhygiënisch is, het zou toch mooi zijn als we de jaarlijkse gewone griep en verkoudheden ook eens kunnen verminderen. Maar wat dan? De elleboogstoot vind ik persoonlijk een beetje veel gedoe en het ziet er niet sierlijk uit.
    Ik moet denken aan mijn vader. Hij droeg altijd een hoed die hij ter begroeting, even oplichtte. Soms met een kleine hoofdknik erbij. Het was geen grote hoed, zoals je die in films wel ziet met zo’n brede rand en een lint erom en waarbij de drager een sigaar in de mondhoek houdt. Nee, een eenvoudige kleine hoed van vilt. In de zomer een luchtiger exemplaar waarvan hij als we in de bergen liepen, de rand nog wat omvouwde om er een Oostenrijkse ‘look’ aan te geven en waar ik dan graag een bloemetje in stak. Maar wie draagt er nog een hoed? Alleen een aantal dames op Prinsjesdag, of de vrouwen van een strenge kerk op zondag, misschien nog mensen die een bruiloft bijwonen maar verder?
    Tegenwoordig zijn petten in de mode. Zeker sinds de Netflix serie Peaky Blinders. Die specifieke petten worden ook wel backery boy cap of newspaper-cap genoemd en stammen uit de jaren twintig toen ze gedragen werden door mannen uit de arbeidersklasse. Tegenwoordig zijn ze er voor mannen én vrouwen. Dus allemaal aan de pet en die oplichten ter begroeting en als je geen pet wilt dan maar aan een denkbeeldige pet tikken?
    Hoe dan ook, de eindexamenkandidaten die na ruim een jaar onhandig onderwijs dapper op hun eindexamens zwoegden en donderdag de uitslag horen, daarvoor neem ik mijn petje af.

  • Gevaar loert overal


    Op deze grauwe lentedag waarbij de ene bui de andere afwisselt, onderga ik een onderzoek in het ziekenhuis. Ondertussen doet Man boodschappen in de buurt. Sneller dan gedacht sta ik weer bij de uitgang, waar een wachtruimte is. Bijna alle mogelijke (i.v.m. corona-afstand) stoelen zijn bezet en sowieso is het er druk. ‘Mij te veel aerosolen’, denk ik bij mezelf en besluit buiten te wachten onder een afdak. Over een paar dagen hoop ik mijn eerste vaccinatie  te krijgen en zoals Hugo de Jonge dan zegt ‘in het zicht van de haven’ wil ik niet nog even besmet raken.
    Ik houd mijn mondkapje voor want ik ben niet de enige die er staat. Af en aan worden mensen in rolstoelen geparkeerd en zegt hun begeleider: ‘Blijf hier wachten, ik rijd de auto voor.’ Ik bekijk het tafereel. Een vrouw laat na het in de auto hijsen van de patiënt, het door het ziekenhuis geleverde rolstoeltje op de stoep achter. Het begint net weer te regenen. Even overweeg ik, zal ík die stoel dan maar even terugbrengen naar binnen? Maar ik wil Man niet missen.
    Ik besluit vast naar de ‘kiss and ride’ plek te lopen.  Vanwege de regen, doe ik mijn capuchon op. Ingepakt met ooglapje, mondkapje en capuchon, beslaat mijn bril meteen. Ach, denk ik, het mondkapje kan nu wel af.
    Aan de overkant steekt een dame, jaar of zeventig, inge-regenpakt en wel, met de fiets aan de hand over. Haar tred is aarzelend, ze kijkt voortdurend om zich heen. Ik tuur of ik Man al zie aankomen.
    ‘Ik wil mijn fiets niet in de fietsenstalling zetten’, klinkt het opeens naast me. ‘De vorige keer is hij gestolen.’ De vrouw, grijs haar, beregende bril ondanks het pak en grote klep op capuchon en ik staren naar haar fiets die een e-bike blijkt te zijn. Ze gromt in de richting van de fietsenstalling. ‘Die wordt niet bewaakt, de gemeente wil er geen geld aan besteden.’ Ik knik afkeurend. De vrouw maakt aanstalten om toch maar naar de fietsenstalling te lopen. ‘Ik moet me laten tésten’, aerosoolt ze me toe.



  • Groot


    Of het nou om een werkstuk ging of een tekening, iéts dat uit een aantal velletjes bestond en naar school vervoerd diende te worden… ik werd teruggefloten.
    ‘Hohoho, zó gaat dat niet, daar moet een mapje om.’ Mijn vader -kantoor aan huis was in dit geval heel handig- haalde uit een van de archiefkasten een plastic mapje, groen, weliswaar doorzichtig maar je kon niet meer lezen wat erachter zat. Nog was het niet genoeg.
    ‘Hohoho waarom stop je het niet in je schooltas?’
    ‘Die zit vol.’ Mijn moeder liep al weg om een stevige linnen- of plastic tas te halen, hoe ik ook schokschouderde of sputterde dat ik geen tijd meer had. Het werd erin gestampt dat je papieren altijd goed opbergt in een mapje ‘Dan kan er niks mee gebeuren.’ (wind en regen werden genoemd) eindigend met ‘Later zul je me dankbaar zijn.’ Soms werd er nog wat zuur overheen gegoten ‘als je groot bent.’
    Ik zie de foto waarop mevrouw Ollogren, positief getest, wegsjeest naar haar auto, de losse papieren in de hand. Ze waaien niet weg, ze verregenen niet, nee er gebeurt iets ergers: ze zijn leesbaar. De gevolgen kennen we allemaal.
    Ook al ben ik goed opgevoed, er gaat toch nog wel eens iets mis. Zo maakte ik een keer een foto van mijn werktafel met daarop een léég computerbeeld (ik ben niet gek) maar met wel, naast de pennen en plakband, een vel papier met gekleurde vlakjes erop. Ik had de foto van grote afstand genomen, met als doel op sociale media te laten zien dat ik hard aan het werk was met een nieuw boek.
    Ik had het nog niet geplaatst of ik kreeg een reactie van Saskia, die ik toevallig ook in het leven buiten de sociale media ken. ‘Dus je boek gaat over een Gert die aan de drank raakt. Mooi thema.’
    ‘Wat?’ Hoe wist Saskia dat? Die vraag stelde ik haar snel per facebook-chat. ‘Nou gewoon, ik heb de foto even uitvergroot om dat schema te bekijken.’
    Oeps. Een mens is nooit te groot om te leren.






  • Schuitje


    ‘Denk erom dat…’ Multitasken is niet de sterkste kant van mijn internist-allergoloog, hij zit ondertussen de nieuwe medicatie te bekijken die de longarts vorige week voorschreef. ‘Oh dat zijn goeie ontstekingsremmers, ja, heel goed, en die nieuwe puffer ook, wist je dat ze daar in Engeland een onderzoek naar hebben gedaan en…?’ Midden in zijn zin houdt hij op. ‘Dénk erom dat je het niet nóg een keer krijgt!’ Ik knik. In de Facebookgroep ‘Coronapatiënten met langdurige klachten’, zijn al meerdere berichten verschenen van mensen die opnieuw besmet raakten. Sommigen fietsen er makkelijk doorheen, raken slechts achterop bij hun herstel van de vorige editie. Anderen belanden in het ziekenhuis. ‘Een verkoudheidje is voor jou al een ramp’, wrijft de internist- allergoloog nog even in.
    Sommige mensen zullen denken, tjee die Irene die overdrijft, ze wil nergens naar binnen, heeft handgel bij zich en meet ruím anderhalve meter afstand bij haar dagelijkse trainingswandeling.
    ‘Je houdt het goed vol, dat wandelen elke dag’, zegt de Cesartherapeute die mij leert ademen en mijn conditieopbouw begeleidt. ‘Maar denk erom, niet te veel doen hè? En telkens rusten na elke activiteit.’ Ja, denk ik, de dagen zijn te kort met al die rustpauzes, omdat ik bijvoorbeeld iets als douchen al als een activiteit ervaar en moet meetellen. Maar ook het schrijven – voor mij hetzelfde als ademen- is een activiteit.
    ‘Wát?’, appt een vriendin van me, ‘Je hebt nu een soort adhd?’
    ‘Nee, ík reageer niet hyperactief, maar mijn immúúnsysteem doet dat.’ De longarts legde het me uit.  
    ‘Je immuunsysteem is aangetast door Corona, daarom reageert het nu hyperactief, bijvoorbeeld op alles wat er in de lucht hangt maar ook op beweging.’
    Dit is in het ultrakort de stand van zaken. Op 21 maart 2020 werd ik ziek, op 21 maart 2021 ben ik blij met mijn nieuwe (zoveelste) medicatie en met wat ik wél kan.  Vanmorgen heb ik vroeg gewandeld, want dan zijn er minder boompollen in de lucht. Er hing nog een ochtendmist over de straten waar ik doorheen liep. Het was stil, overal stonden auto’s geparkeerd. Kinderen op school, ouders thuiswerkend achter de laptop aan de eettafel. Gisteravond keek iedereen naar de persconferentie, de maatregelen zijn weer verlengd. Ik denk aan de winkeliers, zzp-ers, studenten, kerkgangers op Urk, muzikanten, performers, en weet dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Het is ellendig maar we moeten nog even volhouden. Samen sterk.


  • Ik verzet me


    Sommige zinnen moet je altijd paraat hebben. Via je opvoeding belanden ze in je systeem, deze ingebakken kettingreactie.
    Je moeder: ‘En wat zeg je dan?’  
    Jij: ‘Dankuwel voor het rapportgeld Oma.’
    Altijd bedanken als je iets krijgt. Je neemt het mee naar de rest van je leven. Maar er zijn situaties waarin je iets krijgt wat je niet wilt en waarbij een simpel ‘Nee, dank je’, niet voldoende is.
    Je zit te typen achter je computerscherm maar bént in Oostenrijk. Juist op het moment dat je personage een voet verkeerd plaatst, stenen rondom hem beginnen te rollen en hij nog net een tak kan beetpakken maar bungelend boven de afgrond hangt…een doordringend lawaai dat je wel op moet nemen. Dat doe je terwijl je je afvraagt hoe en óf je personage gered gaat worden.
    ‘Een héle goeiemiddag!’ Je protesteert voorzichtig maar de ‘nee ik kom u niets verkopen, het gaat om een áánbieding’ wordt al ontrold en als je sputtert vraagt degene aan de andere kant van de lijn op verongelijkte toon waaróm je zo sputtert. Voor je het weet ben je een half uur verder.
    Ik ben wel eens een verkooppraatje terug begonnen.
    ‘Ook al hebt u al boeken in uw kast staan, het boek ‘Moe is Moe maar voldaan’ is een must en nu komt het meneer, ik kan het speciaal voor u en alléén vanmiddag, signeren.’
    Gelukkig las ik vandaag over een nieuwe wet en over de magische zin (ik beroep me op mijn recht van verzet) die je moet uitspreken waarna men je niet meer mág lastigvallen. Ik heb mijn opvoeding meteen herstart, met een spiekbriefje ter ondersteuning.
    ‘Ik beroep me op mijn recht van verzet’ hangt in dikke viltstiftletters (zodat ik het ook zonder leesbril snel kan oplepelen) naast de telefoon en zit aan mijn mobiel geplakt.


  • Zomer


    En toen waren de kaarten écht op. Ik haalde de laatste uit mijn laatje en die was te lelijk om te versturen. Ik dacht aan de boekhandel waar ik normaal gesproken vaak pakjes kaarten uitzoek…lockdown…en belde naar Dekker vd Vegt. Ik wilde daar in het kader van #steundeboekhandel sowieso een boek kopen.
    ‘Beetje rare vraag misschien maar zou ik bij jullie behalve een boek ook twee pakjes kaarten kunnen bestellen?’
    ‘Dat is geen enkel probleem hoor.’ De stem van de winkeldame klonk in ieder geval opgewekt. Ik hoorde voetstappen, liep in gedachten mee naar een van de vele kaartenstandaarden. We (ik aan haar oor) gingen voorbij die met de losse kaarten (ook mooi) naar die ene waar de pakjes dus in zitten. De winkeldame begon te omschrijven hoe het eerste pakje eruitzag, maar dat vond ik toch echt te veel moeite worden.
    ‘Doe maar iets waar je alle kanten mee uit kunt, verjaardag, sterktewens, succeswens enzovoorts. Iets waarvan je zelf denkt dat het geschikt is.’ Ik zag voor me hoe ze, steunend op een been met haar hand onder de kin, haar ogen langs de kaarten liet glijden. ‘Maar… het mag niet túttig zijn. En oh ja, liefs iets met een schilderij erop. En sorry hoor dat ik je zoveel last bezorg.’
    ‘Oh nee, ik vind het juist leuk om kaarten uit te zoeken, mag ik echt zelf kiezen? Effe kijken, eh dit zijn schilderijen maar tafereeltjes van de zomer dus dat is niet…’ Ik zag een strand voor me, zon, véél zon en blije mensen.
    ‘Nou, doe eigenlijk maar wel, we kunnen wel wat zomer gebruiken.’
    Vandaag kwam het pakketje binnen en ik kon het niet laten meteen maar wat kaarten te versturen. Het leuke van #steundeboekhandel is niet alleen het gesprek wat je hebt, het contáct maar zeker ook het gevoel dat je echt echt echt een hele goede reden hebt om weer een boek te kopen. Ik verheug me al op de volgende keer dat ik mijn steuntje ga bijdragen, er zijn nog zoveel boeken die ik moét hebben!



Alle blogs zijn te lezen op een tablet of een desktop, niet op een mobiel i.v.m. de laadtijd van de pagina.