Irene Wing Easton

Op deze pagina vind je mijn columns, blog of stukjes (het is maar hoe je het wilt noemen, toch?) én het laatste nieuws!

Volg Irene op sociale media

Irene Wing Easton

Laatste nieuws

Op 23november had ik een 'Brief Van De Dag' ( 2G of 3G? Ik ben voor GV en GG) in de Volkskrant.
U vindt de tekst bij de columns hieronder.

Yesss! Mijn korte verhaal 'Een nuttige schuld' ontving de tweede prijs in de schrijfwedstrijd van 'Schrijven'. Verhaal en juryrapport (waar ik ook erg blij mee ben!)  zijn via onderstaande link te lezen.
https://schrijvenonline.org/nieuws/dit-zijn-de-winnaars-van-de-schrijfwedstrijd-de-stem

 

Columns / Blogs / Stukjes

  • Op pad


    Een grauwe januaridag maar ik zie hem zonnig in. Eindelijk weer naar buiten na quarantaine! Op zo'n moment is alles mooi en ik meen toch echt een merel te hebben gehoord die al lente in zijn kop had (of had ik dat).
    Natuurlijk kneep ik 'm de afgelopen dagen, zou de booster z'n werk doen of zou ik toch besmet zijn geraakt?
    Daarbij gaat het toch al een tijdje niet zo goed met het Long Covid gedonder, ik ga niet vooruit, ben slechter af dan afgelopen zomer. Er zijn telkens terugslagen, golven die me overspoelen en voordat ik weer een stukje richting strand gezwommen ben, werpt de volgende me nog verder naar achteren.
    Wat nu? Niemand weet het want het is allemaal nog zo onbekend en dus de behandeling ook. Met mij is nu afgesproken dat ik minder ga bewegen, slechts om de dag mijn kortste ommetje. Dat vind ik moeilijk. Gelukkig las ik in De Gelderlander dat er onderzoek gedaan wordt naar Long Covid/Post Covid Syndroom. Ze gaan bekijken welke klachten daarbij horen en welke veroorzaakt worden door schade die corona toebracht en natuurlijk naar behandelingsmogelijkheden. Er is dus een plan en dat geeft moed om ook mijn eigen (minder bewegings) plan uit te voeren. Het is een lange (eindeloze?) weg en soms is het flink zoeken om lichtpuntjes te kunnen rapen maar ze zijn er, echt.


  • De enige oplossing

    VORIGE WEEK:
    ‘Ga je mee?’ Ik zwengel de riem voor haar neus heen en weer. Logeerhond logeert niet, ik kom haar in haar eigen huis ophalen. Ze blijft stokstijf in haar mand zitten.
    ‘Nee, vandaag maar niet’, fluistert ze terwijl ze haar oren naar achteren trekt.  
    ‘Wat is er met jou? Je trilt helemaal. Heb je koorts?’ Logeerhond schudt haar koppie.
    ‘Het is weer de tijd van het jaar.’ Ach, nu begrijp ik het. Sinds half november wordt er dagelijks vuurwerk afgestoken, ze vindt het doodeng. In de avond krijg je haar al helemaal niet meer mee, ze durft zelfs geen plasje in de tuin te doen.
    Die plasjes komen in de huiskamer terecht.
    DEZE WEEK:
    ‘Ga je mee?’ Ik vraag het met mijn liefste stem, strooi brokjes als de kruimels van Hans en Grietje, een lokmiddel naar de buitendeur. Logeerhond ligt languit in haar mand, tilt loom haar hoofd op.
    ‘Oh haaaai’, zegt ze, het klinkt als ‘high’.
    ‘Wat is er met jou? Ben je nu wel ziek?’
    ‘Oh nee, ik voel me helemaal tóppie! Als ik nu van de Eiffeltoren zou moeten springen meid ik deed het zó!’ Ze praat een beetje met dubbele tong maar ik ben onder de indruk van haar zelfvertrouwen. Ze kijkt me aan en nu zie ik het pas goed.
    ‘Wat is er met je ógen?’
    ‘Mijn ogen? Niks lieve schat, helemaal niks, ik zie aaallleees, alles is práchtig.’
    ‘Ik zie er een draaiende spiraal in, ze lijken op de ogen van het jongetje Mowgli uit de film Junglebook wanneer de tygerpython Kaa hem hypnotiseert!’ Logeerhond zucht, laat haar oogleden zakken en valt in slaap. Daar sta ik dan met de riem ongebruikt in handen. Ik kijk om me heen, mijn oog valt op een potje dat op tafel staat. Er zit een etiket op van dierenarts Lint. ‘Logeerhond Janssen, Pollenlaan 4 Wijchen, in tijden van vuurwerk, drie keer daags een pil.’
    ‘Goed spul’, zeg ik, ‘maar dit is toch ook geen oplossing.’ Logeerhond hoort me niet, ze snurkt. Thuisgekomen ga ik meteen online naar vuurwerkmanifest.nl , om de petitie voor verbod op vuurwerk ten behoeve van dieren en milieu, te ondertekenen.



  • Mode

    Kerstballen bij de kringloopwinkel? Ik herinner me dat ik er enkele jaren geleden vol verbazing naar keek. Het waren er niet een paar, van mensen die de zolder opgeruimd hadden, nee… er lagen daar manden en manden vol kerstballen.
    ‘We hebben de muur groen geverfd’, zegt mijn nicht aan de telefoon. ‘Maar ja, we hadden groene kerstballen en die zie je nu haast niet meer dus die leg ik opzij voor als de kringloopwinkel weer opengaat. In de krant lees ik een artikel waarin staat dat het dit jaar in de mode is om gouden ballen in de boom te hangen, eigenlijk moet alle kerstversiering goudkleurig zijn. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat er Kerstboom-mode bestaat. We hadden vroeger wel een buurvrouw die elk jaar een nieuwe boom met bijpassende servetten organiseerde. Het ene jaar rode ballen en slingers en servetten, het andere jaar zilver met roze en ik kan me ook het blauwe bal-servet-jaar nog herinneren. Ik dacht dat zij een uitzondering was maar ik blijk die uitzondering zelf te zijn. Onze boom is – ook al zijn de kinderen niet meer klein- nog altijd een bonte verzameling met ‘van alles’. Alle ooit door de kinderen gemaakte kerstversiering wordt door diezelfde kinderen nog elk jaar uit de doos opgediept, natuurlijk onder het uiten van commentaar. Allereerst is er een ‘iets’ gemaakt van brooddeeg, versierd met paarse verf en veel glitters.
    ‘Oh jaaaa dat stérretje!’ Liefdevol wordt het in de boom gehangen. Vervolgens is er een engeltje aan de beurt. Er wordt gelachen. ‘Wat een horror-hoofd.’ We hebben ook gekochte ornamenten.
    ‘Mam, dit beertje had je toch van Pap gekregen?’
    ‘Jazeker, het was het tweede cadeautje wat ik ooit van hem kreeg tijdens onze eerste Kerstmis samen.’ De kinderen en ik zwijmelen even weg. Het is een schattig beertje dat aan een pootje bengelt.
    ‘Wat was het eerste cadeautje eigenlijk?’
    ‘Een waterpomptang!’  
    Al die kerstversiering, allemaal met een verhaal. Nee, dit mag nooit naar de kringloop, het is immers góud waard!






  • Ook goeiemorgen


    Het is nog schemerig als ik aansluit in de bescheiden rij die buiten voor de XXL booster-locatie staat opgesteld. Mensen met mondkapjes al voor, klaar voor de start. Van links komt een man, mijn leeftijd, aangelopen en neemt vóór mij plaats in de rij.
    ‘Nou vooruit dan maar’, zeg ik. De man heeft niet alleen struisvogelzicht maar ook oren. We schuiven door en komen in een tent-achtig voorstuk van de ingang. Hier wordt míjn zicht slecht, de bril beslaat. Ik poets wat en zie een medewerker naast de rij, mediterraan type. Na weken van zelf-isolatie vind ik het heerlijk om weer ‘echte’ mensen mee te maken. Aan iedereen stelt de medewerker dezelfde vraag, die beroepshalve gesteld moét worden en dat doet hij net zo vriendelijk als zijn ogen staan.
    ‘Heeft u alles ingevuld?’ De enkeling die opschrikt, kalmeert hij door te vermelden dat iets verderop tafels staan waar je dit alsnog kunt doen. Ook de man voor mij krijgt de vraag gesteld.
    ‘Heeft u alles ingevuld?’
    ‘Ja natuurlijk, ik kom hier niet voor de eerste keer hè?’ Het is de toon die de muziek maakt zeggen ze dan, nou in dit geval: metallic. De medewerker houdt zijn mond, die van mij valt open (achter mijn mondkapje). Een mevrouw met GGD op haar shirt komt naar haar collega toe.
    ‘Zou jij willen controleren hoe láát de mensen een afspraak hebben? Er wordt namelijk stevig voorgedrongen.’ Ze snelt alweer weg. De medewerker kijkt bezorgd, zijn ogen gaan met tegenzin richting de man voor mij. Aan diens rug zie ik al dat deze niet beschikbaar is voor welke vorm van controle dan ook.
    Soms is het wel geoorloofd om mensen te negeren.
    ‘Mijn afspraak is om vijf over half negen’, zeg ik zo opgewekt mogelijk tegen de medewerker. Die draait zijn hoofd naar mij, kijkt dan op zijn horloge.
    ‘Dat is prima!’, concludeert hij.
    ‘Dankuwel!’, antwoord ik.’ Achter me hoor ik mensen ook hun tijden noemen, vriendelijk, want ze hebben alles gehoord en plaatsvervangende schaamte met betrekking tot onze voorganger. De sfeer en het gezicht van de medewerker klaren weer op terwijl het ook achter ons, buiten, steeds lichter wordt.



  • 2G of 3G? Ik ben voor GG en GV


    Akelig en niet nodig, die tweedeling tussen G2 en G3. Uit gedragsonderzoek van het RIVM blijkt dat alleen al in de horeca, slechts voor 65% wordt gecontroleerd. Dus ik vrees dat zowel G2 als G3 niet voldoende zal helpen om de zorg te ontlasten.
    Laten we niet wachten op opgelegde maatregelen maar zelf het GV (Gezond Verstand) controleren. Leg je GV eens onder de scanner, vraag jezelf af of je nog verstandig met dit virus omgaat, of het tijd wordt om wat bij te sturen. Misschien toch wat minder onder de mensen komen, misschien toch nu dat vaccin nemen.
    In plaats van regels te ontduiken kun je ook je GG (Geen Gezeur) nog even checken; zoek de lichtpunten in je leven, kijk om je heen naar mooie dingen die er ook zijn, en naar wat wel kan.


  • Ellek nadeel heb se voordeel

    Bijna had ik weer een ronde van mijn manuscript af, bíjna, nog twaalf pagina’s te gaan. De grandmaster die me begeleidt had me onlangs nog een opzwepende mail gestuurd, dat motiveert natuurlijk enorm. Nog twaalf pagina’s, nog elf, nog…
    Ineens had ik het te pakken. Ja mijn verhaal, maar ook nog iets anders: griep. Gelukkig geen Corona maar de combinatie griep met Long Covid is ook niet ideaal. Het hoesten he, dat vinden de toch al brandende longvliezen echt niet leuk. Terwijl de temperatuur opliep, de deskundigen een longontsteking vreesden, lag ik me te verbijten in mijn laken, potdorie zat ik er net zo lekker in, was ik van mijn manuscript gerukt. Ik wilde werken!
    Ik hoestte, ik proestte maar ondanks dat, dácht ik nog wel aan het manuscript, alleen niet tot in detail, het was allemaal wat vager, wat snottiger om het maar zo uit te leggen.
    Zoals in de kindertijd mijn knuffelbeer naast me lag, had ik nu mijn rode aantekenboekje aan mijn zijde geklemd. De pen die erbij hoort, bleef werkloos.
    Het duurde en duurde en op een dag, ja hoor de temperatuur zakte, het hoofd werd helderder en daar bevond ik me dan eindelijk weer achter de computer!
    Ik opende het document en ging met de laatste pagina’s aan de slag. De laatste pagina’s van deze manuscript-versie. Ineens had ik het te pakken. Nee, geen griep, een idee voor een enorme aanpassing! Blijkbaar hadden mijn hersens in hun koortsstand toch doorgewerkt, lijntjes gelegd, ‘gebrainstormd’ en besloten. Hup, snel door naar de volgende ronde!




  • Meer of minder


    ‘Mag het een onsje meer zijn mevrouw?’, dat vroeg de slager vroeger aan mijn moeder als ze een stuk vlees of plakken ham bestelde. Als vijf, zes, of zevenjarige stond ik erbij en hoopte op het vervolg ‘Mag de jongedame een plakje worst?’.
    Een onsje meer of minder vond mijn moeder nooit erg maar het moest natuurlijk niet te gek worden, bij drie ons zei ze beslist ‘Nee’. Het was natuurlijk ook geen verplichting, ze hoéfde dat onsje meer er niet bij te nemen, kon het eraf laten halen.
    Afgelopen dinsdag werd er in de persconferentie verteld dat er nieuwe regels komen, het mondkapje komt er weer bij. Een onsje meer dus.
    De nieuwe regels zullen op zaterdag in gaan. Vandaag is het de donderdag voor die zaterdag. Ik ga naar de winkel om vast Sinterklaasinkopen te doen. De Goedheiligman is nog niet in het land maar ik vermijd de drukte liever dus begin maar vast. Ik ben niet de enige die in de zaak die ik bezoek winkelt maar wel de enige met een mondkapje op. Mensen kijken verbaasd naar mij. Nu ben ik het gewend om -als ik niet in mijn dorp loop- verbaasd bekeken te worden omdat ik een ooglapje draag. In mijn woonplaats is men dát inmiddels wel gewend. Kijken ze nu echt zo naar mij omdat ik als enige met een mondkapje loop? Het is onmogelijk om zonder spiegel in een winkel te zien hoe je zelf kijkt maar ik vermoed dat dit ook verbaasd is, want dat ben ik. Een regel wordt ingesteld omdat deze nodig is en laten we eerlijk zijn, we voelden deze met de oplopende cijfers allang aankomen, zo’n verrassing was het niet. En gaan we dan nu met z’n allen wachten tot het zaterdag is omdat we het mondkapje dán pas op moéten? Stel de weersverwachting voorspelt op zaterdag regen maar op donderdag valt het al met bakken uit de lucht, dan zetten we toch ook die paraplu op?
    Hoe dan ook, iedereen moet het uiteraard zelf weten. Voor mij maakt het niet uit, een lapje meer of minder.


  • Feestje

    Hij kwam enige weken geleden binnenrollen. ‘Thomas Verbogt veertig jaar schrijver’, was de titel van de nieuwsbrief van boekhandel Dekker & vd Vegt, met uitnodiging voor een avond rondom de letterlijk gevierde auteur. Als zelfbenoemd voorzitter van DEETVFN (De Enige Echte Thomas Verbogt Fanclub Nederland) begon ik na te denken over een passend cadeau(tje). Schrik niet, dit wordt geen epos over ‘en toen kon ze niets verzinnen.’ Schrijven begint immers met de eerste letter, in het geval van Thomas waarschijnlijk met een T.  Ik herinnerde me dat de Hema bekers verkoopt met een drukletter erop, checkte nog even de website, ja hoor bekers met alle letters, de T was nog voorradig. Ik besloot dit artikel niet online te bestellen want dan zou er een kartonnen doos omheen moeten. Ik las onlangs namelijk dat als gevolg van het massaal corona-bestellen, en dus extra papierverbruik om kartonnen dozen te maken, er een tekort aan papier voor het drukken van boeken is ontstaan waardoor boeklanceringen uitgesteld worden. De nieuwe roman van Thomas staat voor 2022 gepland, dat mag niet uitlopen.
    De dag voor de feestelijke avond wandelde ik naar de Hema. Ik wandelde ook door de Hema, en nog eens en nog eens. Daarna schoot ik een verkoopster aan.
    ‘Bekers met een Tee? Nee.’
    ‘Ja maar?’ Ze ging voor me op de website kijken.
    ‘Het zit u niet mee. Ze zijn net uit het assortiment.’
    Ik zocht in de winkel naar een andere beker maar de opdruk ‘Time to relax’ leek me niet geschikt, ik zie liever dat Thomas lekker doorschrijft. Dan toch nog maar papier aan één kartonnen doos verspillen. Thuis googelde ik op ‘Beker met een letter’. Er waren witte mokken met een groene of roze T, wel heel groot van formaat maar het grootste bezwaar was de levertijd van een paar dagen. Vervolgens vond ik ‘Letterbekers met een dier’ en bij de T een prachtige Toekan geschilderd, zou de volgende dag geleverd worden dus net op tijd. Bij ‘afwasmachine’ stond echter een rood kruisje en dus ging dat feestje niet door, afwastijd is geen schrijftijd, bovendien weet ik dat Thomas aan zijn afwasmachine hecht, hij schreef een column toen het apparaat kapot was.
    Uiteindelijk kocht ik toch weer bij de lokale Hema een bescheiden beige beker zonder T maar wel mét een verhaal want een van de véle dingen die ik van Thomas leerde is dat overal een verhaal in zit.


  • Betoveren


    Eigenlijk was ik niet van plan om jullie met deze nieuwe ontwikkeling lastig te vallen. Sommige dingen moet een mens gewoon privé houden, waarom zou je alles op internet pleuren?
    Aan de andere kant zijn er veel mensen die hun mening via sociale media opschuren, is het misschien toch beter dat ik een en ander deel.
    Eerder meldde ik dat ik al 1,5 jaar tob met after-Corona-gedoe en immunotherapie was begonnen. Dit is een therapie tegen de allergie voor graspollen die ik na Corona kreeg, waardoor ik al twee zomers voornamelijk binnen zat. Nee, géén hooikoorts!!! Ik hoef niet te niezen, krijg geen rode of tranende ogen en geen snotneus, ik krijg ‘alleen maar’ heftig brandende longen en dat kan pijn doen. Hoe meer graspollen in de lucht, hoe erger. Overigens gaan mijn longen ook bij huisstof en bijvoorbeeld op de snelweg (uitlaatgassen) harder branden en bij inspanning, er zitten waarschijnlijk vele kleine ontstekingen in de longvliezen.
    ‘Corona heeft je immuunsysteem aangetast’, zo werd me uitgelegd door longarts en allergoloog. Ik begon vol goede moed aan de immunotherapie, dankbaar dat ik in een vrij land leef, zonder gebombardeerde ziekenhuizen.
    Een week of twee geleden kwam ik benauwd en ziek op de Spoed Eerste Hulp terecht. Daar zag de arts de verdikking in mijn keel, mijn hartslag was idioot hoog. Het lichaam was compleet van de wap als gevolg van een langzaam opgebouwde allergie tegen het medicijn dat tegen allergie zou gaan helpen. Dankzij Corona reageert mijn lichaam met een vulkaanuitbarsting en tsunami, compleet over de top en nergens voor nodig.
    ‘Dat heb jíj weer’, roepen mijn vrienden. Maar dat is niet zo, ik ben niet de enige wiens lijf na Corona overal hyper op reageert. Ik heb dan wel een ooglapje maar dat deed aan mijn gezondheid niks af, die was prima. Iedereen kan Corona krijgen en Corona kan jou je vrije adem en vrije leven ontnemen.
    Dus ik roeptoeter dus toch maar rond dat we hier gelukkig voldoende vaccinaties hebben, maak er gebruik van.
    Laat ik positief eindigen. Ik mocht twee weken onbeperkt ijs eten! Het is een kwestie van herpakken en doorgaan. Gisteren genoot ik aan het begin van de avond van een wandelingetje maar vooral van de zon die zijn stralen uitstrekte om nog net even het groen te betoveren.

  • Oren


    Op het moment van ontwaken wist ik het meteen, dit kon niet anders dan Corona zijn. Opgelucht haalde ik adem. Nu hoefde ik er niet meer tegenop te zien, niet meer angstvallig besmetting te vermijden. Het was begonnen, over een paar dagen zou alles achter de rug zijn (ik was redelijk jong en verder slank en fit) en ík kon straks weer beschermd en wel door mijn antistoffen, het normale leven in.
    Onwetendheid begint met gebrek aan ervaring.
    Vandaag is het precies anderhalf jaar geleden dat ik Corona kreeg. Die opgeluchte ademhaling werd na een paar dagen vervangen voor benauwdheid. Vaak ging ik slapen met het idee ‘Nou we zien wel of ik morgen nog wakker word.’ Ik overleefde gelukkig maar opgelucht ademen kan ik nog steeds niet.
    Laatst las ik een column in de NRC van Rosanne Hertzberger, die het over ‘ziekten tussen de oren’ had en daar Long Covid bij plaatste. Even overwoog ik een ingezonden brief.
    Daarin zou ik haar uitleggen dat het bij mij tussen de longen zit. Om preciezer te zijn, mijn longvliezen zitten vol kleine ontstekingen, bij elke teug adem branden de longen en bij inspanning word ik kortademig.
    Verder is mijn immuunsysteem aangetast waardoor ik hyperactief reageer op bijvoorbeeld graspollen (al twee zomers binnen gezeten). Ik ben nog altijd onder behandeling van een longarts, moet ademhalingsoefeningen doen, veel medicijnen gebruiken en ben onlangs begonnen met immunotherapie. Ik zou schrijven dat ik trots ben dat mijn conditie verbeterd is maar dat ik nog wel liefst in bejaardentempo wandel en dat fietsen op mijn vierwielfiets niet meer gaat. Dat ik me altijd voel alsof ik zwaar griep heb. Dat ik weet dat dit niet zo ís en dus zoveel mogelijk probeer om mijn leven te lijden zoals voor Corona. Dat dit dan weer niet lukt en dat ik weet dat ik mijn grens over ga als ik het weer idioot koud krijg, de keelpijn toeneemt en ik spontaan in slaap val. Dat ik nog steeds FFP2 maskers draag en afstand zal blijven houden, niet alleen omdat ook gevaccineerden nóg een keer Corona kunnen oplopen maar ook omdat een verkoudheid of gewone griep voor mij vervelende consequenties heeft.
    Vandaag brengt de NOS me het bericht dat de overheid meer geld uittrekt voor onderzoek naar Long Covid. Toch een mooi cadeautje op deze mijlpaaldag.


  • Vroemen tussen de bloemen


    Er zijn mensen die klagen over een verregende zomer. Ik zie de zonnige kant, de planten in mijn tuin bloeien langer dan de afgelopen drie jaren tijdens hittegolven het geval was.
    Gisteren zat ik op mijn hurken bij de borders om her en der uitgebloeide bloemen af te knippen en de knoppen die er nog gloorden daardoor van extra energie te voorzien. Ineens hoorde ik een akelig geluid.
    ‘Vrrrrooooeeeem, vrrroooeeem.’ Heel even kreeg ik de neiging iets weg te meppen. Maar het ging hier niet om een stekend insect. Ik herkende het geluid uit mijn jeugd. Destijds hoorde ik het óók in de tuin!
    De eerste jaren van mijn leven groeide ik op in een plaats die redelijk in de buurt van Zandvoort lag. Het waren de eind zestiger jaren, de tijd waarin mijn ouders nog een kolenkachel stookten. Het hing een beetje van de windrichting af maar als we op zomerse weekeindmiddagen van de tuin genoten -mijn ouders met een boek, ik in de zandbak- kon het zijn dat er ineens het vrrooooeeem vroooeeem klonk en een vieze geur als een stortbui in de tuin neerdaalde. Dit alles kwam door de races op Het Circuit in Zandvoort. Niet zelden verkaste het hele gezin weer naar binnen.
    Tegenwoordig woon ik echter in de buurt van Nijmegen. Hoe kon ik raceauto’s horen?  Het bleek dat in een van de mij omringende tuinen, iemand via tv of mobieltje, de races uit Zandvoort dichtbij haalde.
    Mijn eigen mobieltje gaf een ander vroemgeluid, het was een push bericht want ‘onze Max’ had gewonnen.
    Ik gun ieder mens z’n hobby of beroep en feliciteer Max. Net zoals we in Nederland anno 2021 niet meer van de kolencentrales zijn, vraag ik me af of we, tot de raceauto’s elektrisch geleverd worden, niet beter tijdelijk kunnen stoppen met dat gevroem. Dit dan nog afgezien van de hordes mensen – ook al zijn er minder dan normaal toegestaan- die erop afkomen en in hun enthousiasme de anderhalve meter inkrimpen tot anderhalve millimeter. Klimaat en Corona, soms is er in Nederland sprake van struisvogelpolitiek. Geen regeren maar negeren, zoiets.


  • Welkom


    Het is rustig in het bos op een doordeweekse dag. Het zonlicht vindt zijn weg, piept tussen de takken en bladeren door. Ik ruik dennen en aarde, daar kan geen parfum tegenop. Terwijl ik op mijn hurken dennenappels raap en in een emmer doe, passeert er een jonge vrouw die een kinderwagen duwt, naast haar loopt een jongetje van hooguit drie jaar. Ik groet haar zoals ik iedereen groet. Ze houdt haar pas in.
    ‘Mag mijn zoontje iets vragen?’ Zoontje duikt meteen achter haar benen.
    ‘Natuurlijk!’ Verlegen komt hij weer tevoorschijn.
    ‘Ben jij een boswachter?’
    ‘Nee, ik ben geen boswachter maar ik ben wel dennenappels aan het rapen omdat ik daar een insectenhotel van wil maken waar allemaal kleine beestjes gezellig kunnen wonen.’ Even moeten deze woorden bezinken, dan klaart zijn gezicht op. Een insectenhotel vindt hij duidelijk nog veel leuker dan een echte boswachter. Dan kijkt naar zijn voeten.
    ‘Hier ligt er een!’ Met de schat holt hij naar de emmer en dat zal hij nog vele keren doen (telkens eentje tegelijk in de uitgestrekte hand) totdat ik hem hartelijk bedank voor alle hulp, constateer dat we nu genoeg hebben voor een heel groot hotel en zijn moeder vast graag weer verder wil wandelen. Het gezicht van het jongetje betrekt. De moeder die aandachtig luisterde toen ik uitlegde hoe ik het hotel wil maken, stelt voor om onder in de kinderwagen-bak ook nog wat dennenappels te verzamelen.
    Ik denk aan mijn eigen kindertijd. Altijd bezig met stokjes en blaadjes in ditzelfde bos. Mijn ouders hadden goeie ideeën omtrent wat je daarmee kon doen. Soms plakte ik ze thuis op een vel papier of maakte in een bak een mini-bos. Spelen kun je op zoveel manieren doen en blijven doen.
    De volgende dag ga ik met een rol fijn gaas aan de slag. Ik knip en buig, net zo lang tot ik een bak heb waarin ik de emmer leeg kiep.
    ‘Welkom insecten’, zeg ik hardop, maak nog net geen buiging. Jammer dat het jongetje niet kan zien hoe mooi dit onderdeel van het hotel is geworden.



  • Tadááá


    Ik heb het gedaan! Het voelt alsof ik weer terug ben in mijn normale leven! Nee, ik ging niet naar een festival. Ook zat ik nog niet op een terras. Voor het eerst in anderhalf jaar ben ik in de supermarkt geweest!
    Het feest begon al met de weg erheen. Niet op de fiets, dat kunnen mijn longen post covid nog niet behappen. Ik voelde me net mijn oma, met een boodschappenkarretje dat achter me aan hobbelde. Zij had er een met een Schots ruitje, de mijne is fel paars. Het geluk van deze dag zat hem ook in code groen die de hooikoortsradar aangaf. Niet dat ik hooikoorts héb maar mijn longen gaan sinds Corona nog harder branden als er pollen zijn. De longarts is er druk mee bezig, in september -na het pollenseizoen- start mijn immunotherapie die drie jaar zal duren. In de hoop dat dit het branden iets zal doen afnemen want pollen zijn niet de enige oorzaak.
    ‘Het is iets met de longvliezen, we denken aan kleine ontstekingen, niet zichtbaar op de scan maar we wéten dat er iets mee aan de hand is. En je bent beslist niet de enige’, zo heeft ze het me uitgelegd.
    De supermarkt bleek nog hetzelfde, al stonden sommige artikelen op een andere plaats. Het was er druk, toch waren een mevrouw en ik de enige met mondkapje. Iedereen reikte gezellig langs mekaar heen. Terwijl ik de melk pakte, verbaasde ik me erover dat het eigenlijk heel gewoon voelde. Alsof ik hier vorige week nog was. Hoe kan dat? Is het net als zwemmen, iets wat je niet verleert? Maar het is meer, het is iets wat je gemist hebt en als je het dan kunt doen verwacht je dat je uit je dak gaat, met een tadááá-gevoel maar als ik eerlijk ben, voelde het alledaags.
    De kassajuffrouw was er ook nog. ‘Ach Corona, pff, ik heb gewoon mijn leven geleefd en ik heb het niet gekregen.’ Maar ze was wel blij me te zien en ik haar.
    Met mijn aankopen aanvaardde ik de terugtocht, dezelfde als heen maar langs het Wijchens Meer lopen is beslist geen straf. De bomen weerspiegelden in het water. ‘Een plaatje’, zei ik tegen mezelf, parkeerde het karretje en nam een foto. Een groen plaatje om deze toch bijzondere dag, te markeren.


  • Zelf doen


    ‘Ik doe het je wel even voor.’ Ik stond al klaar met een emmer sop en toiletborstel in de hand.
    ‘Hoeft niet Mam.’ Mijn dochter schudde haar hoofd, rolde met haar ogen.
    Het leren schoonmaken van de wc behoort tot de grondbeginselen van mijn opvoeding, geen van onze kinderen mag het nest verlaten zonder deze kunst onder de knie te hebben. Zowel de jongens als de meisjes, uiteraard. Gelukkig bleek de onwil slechts op mijn opvoedmethode te slaan.
    ‘Hoeft niet mam, ik bekijk wel een filmpje op You Tube.’
    ‘Zijn daar filmpjes van dan?’ Ik voelde me een ouwe sufferd. Tegelijkertijd hoopte ik maar dat mijn dochter goed naar de instructies zou kijken en het zelf zou gaan doen.
    Als ze twee jaar zijn willen kinderen alles ‘selluf doen’ wat nogal eens tot strijd kan lijden. Als puber vergéten ze juist dat ze iets ook zelf kunnen, laten alles voor jou liggen. Adolescenten doen het dan wel daadwerkelijk zelf maar hanteren daarbij hun eigen hygiënische grenzen. Ook al kunnen ze een toilet schoonmaken, dit betekent niet dat ze dit in hun eigen studenten-nest ook doén. Die gedachte moet je als ouder maar doorspoelen. Laat die ergernisdrol gaan, klamp je vast aan de mantra: Ze weten hoe het moet, dan komt het uiteindelijk wel goed. Het zit ergens in dat koppie. Je stelt je voor hoe je kind op een dag in die toiletpot kijkt, ineens aan jóu denkt en weet wat er moet gebeuren!
    Dat loslaten lukt me aardig, behalve wanneer ik mijn dochter opzoek en na de urenlange autorit nodig moét. Dan is het wel even slikken om te bedenken dat dit haar leven is waarin zij de baas is. Ik wil niet zo’n moeder zijn die gaat zeuren of erger, de toiletborstel ter hand neemt en de studentenplee van haar kind poetst. Nee, ik focus me op mijn eigen toiletzaken.
    Onlangs constateerden mijn man en ik bij de wc in ons huis enige moeilijkheden, er stroomde niet genoeg water.
    ‘We moeten een loodgieter laten komen’, zuchtte mijn echtgenoot. In Coronatijd is dat niet prettig. Na enig googelen vond ik de oorzaak. Het zat hem in de ‘vlotter toilet membraan’, jazeker. We kochten online voor slechts negen Euro dit onderdeel, wat na een paar dagen in een enveloppe door onze brievenbus rolde. Vanaf dat moment waren we iets minder enthousiast over ons koopje. Want hoe kregen we dit dingetje op de juiste plaats in het toiletreservoir? Het was priegelig klein, met vreemde randjes en uitstulpingen. Ineens dacht ik aan onze dochter en wist wat er moest gebeuren. Aan de hand van een You Tube filmpje werd de klus geklaard.


  • Voorbeeld


    ‘Zien eten doet eten’, een uitspraak die je niet zoveel meer hoort. De strekking is duidelijk, als je iemand iets ziet doen dan denk je sneller ‘Hee, dat lijkt míj ook wel wat.’
    Ik geef een voorbeeld: Doventolk Irma Sluis. Na haar beroemde vertolking van ‘hamsteren’, was heel Holland aan de gebarentaal en de opleiding tot doventolk kreeg enorm veel aanmeldingen.
    Op een nieuwssite lees ik dat de opleidingen voor de zorg, dit jaar nog nét een mínimaal aantal jongeren hebben weten aan te trekken. Ook lees ik dat er volgend jaar een tekort is aan duízenden verpleegkundigen.
    De afgelopen corona-tijd zijn we overspoeld met beelden van verpleegkundigen. Telkens hadden vele jongeren kunnen denken: ‘Hee, dat is uitdagend en zinvol werk, dat is ook wel wat voor míj.’
    Zelf kwam ik daar op mijn 18e achter. Niet via de televisie of krant maar omdat ik veel in het ziekenhuis kwam waar mijn zieke vader lag. Dacht ik voorheen nog dat je in de verpleging niets anders deed dan bedden opmaken en bloemen in vazen zetten, zag ik ineens de verpleegkundige een infuus aanleggen, observeren, verzorgen en uitleg geven aan patiënten. Ik was om en solliciteerde voor een plaats als leerling-verpleegster (Je had toen nog inservice-opleidingen binnen het ziekenhuis).
    Er was toen, in tegenstelling tot nu, een overschot aan aanmeldingen voor deze opleiding. Er is iets grondig misgegaan met het imago van verpleegkundige. Verpleegkundigen worden tegenwoordig gezien als hardwerkende mensen in een onderbetaalde baan waarbij er over hen heen gewalst wordt door virusontkenners en feestgangers die hun uitlaatklep niet kunnen houden.
    Het aanvankelijke applaus verstilde, verpleegkundigen moesten de mei-vakantie doorwerken. Naast de uitputting kon alle ellende die zich op hun netvlies verschanst heeft, daardoor nog eens extra de kans krijgen om aan te koeken. Het is al voorspeld dat als straks de adrenalinepomp stil staat, de grote klap komt. Werknemers met een burn-out of die iets anders gaan doen. Laat het geen genadeklap worden, maar laat de overheid behalve het steunen van bedrijven ook de zorg eens goed gaan steunen. En dan bedoel ik niet bonus-eenmalig maar structureel én onder aanmoediging en overdonderend applaus van de rest van Nederland. Laat zien dat dit beroep gewaardeerd wordt, wie weet kunnen we dat tekort dan inkorten.

  • Goeiedag


    ‘Als alles weer normaal is.’ Dat hoor je mensen deze dagen zeggen, nu ‘de cijfers’ dalen. Zullen we over een jaar nog weten dat we met ‘de cijfers’ het aantal positieven van de dag bedoelen?  Zal de tweespalt tussen corona-ontkenners en vaccinatievoorstanders in de opgeklaarde aerosolenlucht oplossen?
    En hoe zullen we elkaar gaan begroeten?
    Is dat binnen de kortste keren weer smak-smak-smak 9of is dat voorbij? We zijn nu al zo’n tijd gewend dat kussen en elkaar handen geven uiterst onhygiënisch is, het zou toch mooi zijn als we de jaarlijkse gewone griep en verkoudheden ook eens kunnen verminderen. Maar wat dan? De elleboogstoot vind ik persoonlijk een beetje veel gedoe en het ziet er niet sierlijk uit.
    Ik moet denken aan mijn vader. Hij droeg altijd een hoed die hij ter begroeting, even oplichtte. Soms met een kleine hoofdknik erbij. Het was geen grote hoed, zoals je die in films wel ziet met zo’n brede rand en een lint erom en waarbij de drager een sigaar in de mondhoek houdt. Nee, een eenvoudige kleine hoed van vilt. In de zomer een luchtiger exemplaar waarvan hij als we in de bergen liepen, de rand nog wat omvouwde om er een Oostenrijkse ‘look’ aan te geven en waar ik dan graag een bloemetje in stak. Maar wie draagt er nog een hoed? Alleen een aantal dames op Prinsjesdag, of de vrouwen van een strenge kerk op zondag, misschien nog mensen die een bruiloft bijwonen maar verder?
    Tegenwoordig zijn petten in de mode. Zeker sinds de Netflix serie Peaky Blinders. Die specifieke petten worden ook wel backery boy cap of newspaper-cap genoemd en stammen uit de jaren twintig toen ze gedragen werden door mannen uit de arbeidersklasse. Tegenwoordig zijn ze er voor mannen én vrouwen. Dus allemaal aan de pet en die oplichten ter begroeting en als je geen pet wilt dan maar aan een denkbeeldige pet tikken?
    Hoe dan ook, de eindexamenkandidaten die na ruim een jaar onhandig onderwijs dapper op hun eindexamens zwoegden en donderdag de uitslag horen, daarvoor neem ik mijn petje af.

  • Gevaar loert overal


    Op deze grauwe lentedag waarbij de ene bui de andere afwisselt, onderga ik een onderzoek in het ziekenhuis. Ondertussen doet Man boodschappen in de buurt. Sneller dan gedacht sta ik weer bij de uitgang, waar een wachtruimte is. Bijna alle mogelijke (i.v.m. corona-afstand) stoelen zijn bezet en sowieso is het er druk. ‘Mij te veel aerosolen’, denk ik bij mezelf en besluit buiten te wachten onder een afdak. Over een paar dagen hoop ik mijn eerste vaccinatie  te krijgen en zoals Hugo de Jonge dan zegt ‘in het zicht van de haven’ wil ik niet nog even besmet raken.
    Ik houd mijn mondkapje voor want ik ben niet de enige die er staat. Af en aan worden mensen in rolstoelen geparkeerd en zegt hun begeleider: ‘Blijf hier wachten, ik rijd de auto voor.’ Ik bekijk het tafereel. Een vrouw laat na het in de auto hijsen van de patiënt, het door het ziekenhuis geleverde rolstoeltje op de stoep achter. Het begint net weer te regenen. Even overweeg ik, zal ík die stoel dan maar even terugbrengen naar binnen? Maar ik wil Man niet missen.
    Ik besluit vast naar de ‘kiss and ride’ plek te lopen.  Vanwege de regen, doe ik mijn capuchon op. Ingepakt met ooglapje, mondkapje en capuchon, beslaat mijn bril meteen. Ach, denk ik, het mondkapje kan nu wel af.
    Aan de overkant steekt een dame, jaar of zeventig, inge-regenpakt en wel, met de fiets aan de hand over. Haar tred is aarzelend, ze kijkt voortdurend om zich heen. Ik tuur of ik Man al zie aankomen.
    ‘Ik wil mijn fiets niet in de fietsenstalling zetten’, klinkt het opeens naast me. ‘De vorige keer is hij gestolen.’ De vrouw, grijs haar, beregende bril ondanks het pak en grote klep op capuchon en ik staren naar haar fiets die een e-bike blijkt te zijn. Ze gromt in de richting van de fietsenstalling. ‘Die wordt niet bewaakt, de gemeente wil er geen geld aan besteden.’ Ik knik afkeurend. De vrouw maakt aanstalten om toch maar naar de fietsenstalling te lopen. ‘Ik moet me laten tésten’, aerosoolt ze me toe.



  • Groot


    Of het nou om een werkstuk ging of een tekening, iéts dat uit een aantal velletjes bestond en naar school vervoerd diende te worden… ik werd teruggefloten.
    ‘Hohoho, zó gaat dat niet, daar moet een mapje om.’ Mijn vader -kantoor aan huis was in dit geval heel handig- haalde uit een van de archiefkasten een plastic mapje, groen, weliswaar doorzichtig maar je kon niet meer lezen wat erachter zat. Nog was het niet genoeg.
    ‘Hohoho waarom stop je het niet in je schooltas?’
    ‘Die zit vol.’ Mijn moeder liep al weg om een stevige linnen- of plastic tas te halen, hoe ik ook schokschouderde of sputterde dat ik geen tijd meer had. Het werd erin gestampt dat je papieren altijd goed opbergt in een mapje ‘Dan kan er niks mee gebeuren.’ (wind en regen werden genoemd) eindigend met ‘Later zul je me dankbaar zijn.’ Soms werd er nog wat zuur overheen gegoten ‘als je groot bent.’
    Ik zie de foto waarop mevrouw Ollogren, positief getest, wegsjeest naar haar auto, de losse papieren in de hand. Ze waaien niet weg, ze verregenen niet, nee er gebeurt iets ergers: ze zijn leesbaar. De gevolgen kennen we allemaal.
    Ook al ben ik goed opgevoed, er gaat toch nog wel eens iets mis. Zo maakte ik een keer een foto van mijn werktafel met daarop een léég computerbeeld (ik ben niet gek) maar met wel, naast de pennen en plakband, een vel papier met gekleurde vlakjes erop. Ik had de foto van grote afstand genomen, met als doel op sociale media te laten zien dat ik hard aan het werk was met een nieuw boek.
    Ik had het nog niet geplaatst of ik kreeg een reactie van Saskia, die ik toevallig ook in het leven buiten de sociale media ken. ‘Dus je boek gaat over een Gert die aan de drank raakt. Mooi thema.’
    ‘Wat?’ Hoe wist Saskia dat? Die vraag stelde ik haar snel per facebook-chat. ‘Nou gewoon, ik heb de foto even uitvergroot om dat schema te bekijken.’
    Oeps. Een mens is nooit te groot om te leren.






  • Schuitje


    ‘Denk erom dat…’ Multitasken is niet de sterkste kant van mijn internist-allergoloog, hij zit ondertussen de nieuwe medicatie te bekijken die de longarts vorige week voorschreef. ‘Oh dat zijn goeie ontstekingsremmers, ja, heel goed, en die nieuwe puffer ook, wist je dat ze daar in Engeland een onderzoek naar hebben gedaan en…?’ Midden in zijn zin houdt hij op. ‘Dénk erom dat je het niet nóg een keer krijgt!’ Ik knik. In de Facebookgroep ‘Coronapatiënten met langdurige klachten’, zijn al meerdere berichten verschenen van mensen die opnieuw besmet raakten. Sommigen fietsen er makkelijk doorheen, raken slechts achterop bij hun herstel van de vorige editie. Anderen belanden in het ziekenhuis. ‘Een verkoudheidje is voor jou al een ramp’, wrijft de internist- allergoloog nog even in.
    Sommige mensen zullen denken, tjee die Irene die overdrijft, ze wil nergens naar binnen, heeft handgel bij zich en meet ruím anderhalve meter afstand bij haar dagelijkse trainingswandeling.
    ‘Je houdt het goed vol, dat wandelen elke dag’, zegt de Cesartherapeute die mij leert ademen en mijn conditieopbouw begeleidt. ‘Maar denk erom, niet te veel doen hè? En telkens rusten na elke activiteit.’ Ja, denk ik, de dagen zijn te kort met al die rustpauzes, omdat ik bijvoorbeeld iets als douchen al als een activiteit ervaar en moet meetellen. Maar ook het schrijven – voor mij hetzelfde als ademen- is een activiteit.
    ‘Wát?’, appt een vriendin van me, ‘Je hebt nu een soort adhd?’
    ‘Nee, ík reageer niet hyperactief, maar mijn immúúnsysteem doet dat.’ De longarts legde het me uit.  
    ‘Je immuunsysteem is aangetast door Corona, daarom reageert het nu hyperactief, bijvoorbeeld op alles wat er in de lucht hangt maar ook op beweging.’
    Dit is in het ultrakort de stand van zaken. Op 21 maart 2020 werd ik ziek, op 21 maart 2021 ben ik blij met mijn nieuwe (zoveelste) medicatie en met wat ik wél kan.  Vanmorgen heb ik vroeg gewandeld, want dan zijn er minder boompollen in de lucht. Er hing nog een ochtendmist over de straten waar ik doorheen liep. Het was stil, overal stonden auto’s geparkeerd. Kinderen op school, ouders thuiswerkend achter de laptop aan de eettafel. Gisteravond keek iedereen naar de persconferentie, de maatregelen zijn weer verlengd. Ik denk aan de winkeliers, zzp-ers, studenten, kerkgangers op Urk, muzikanten, performers, en weet dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Het is ellendig maar we moeten nog even volhouden. Samen sterk.


  • Ik verzet me


    Sommige zinnen moet je altijd paraat hebben. Via je opvoeding belanden ze in je systeem, deze ingebakken kettingreactie.
    Je moeder: ‘En wat zeg je dan?’  
    Jij: ‘Dankuwel voor het rapportgeld Oma.’
    Altijd bedanken als je iets krijgt. Je neemt het mee naar de rest van je leven. Maar er zijn situaties waarin je iets krijgt wat je niet wilt en waarbij een simpel ‘Nee, dank je’, niet voldoende is.
    Je zit te typen achter je computerscherm maar bént in Oostenrijk. Juist op het moment dat je personage een voet verkeerd plaatst, stenen rondom hem beginnen te rollen en hij nog net een tak kan beetpakken maar bungelend boven de afgrond hangt…een doordringend lawaai dat je wel op moet nemen. Dat doe je terwijl je je afvraagt hoe en óf je personage gered gaat worden.
    ‘Een héle goeiemiddag!’ Je protesteert voorzichtig maar de ‘nee ik kom u niets verkopen, het gaat om een áánbieding’ wordt al ontrold en als je sputtert vraagt degene aan de andere kant van de lijn op verongelijkte toon waaróm je zo sputtert. Voor je het weet ben je een half uur verder.
    Ik ben wel eens een verkooppraatje terug begonnen.
    ‘Ook al hebt u al boeken in uw kast staan, het boek ‘Moe is Moe maar voldaan’ is een must en nu komt het meneer, ik kan het speciaal voor u en alléén vanmiddag, signeren.’
    Gelukkig las ik vandaag over een nieuwe wet en over de magische zin (ik beroep me op mijn recht van verzet) die je moet uitspreken waarna men je niet meer mág lastigvallen. Ik heb mijn opvoeding meteen herstart, met een spiekbriefje ter ondersteuning.
    ‘Ik beroep me op mijn recht van verzet’ hangt in dikke viltstiftletters (zodat ik het ook zonder leesbril snel kan oplepelen) naast de telefoon en zit aan mijn mobiel geplakt.


  • Zomer


    En toen waren de kaarten écht op. Ik haalde de laatste uit mijn laatje en die was te lelijk om te versturen. Ik dacht aan de boekhandel waar ik normaal gesproken vaak pakjes kaarten uitzoek…lockdown…en belde naar Dekker vd Vegt. Ik wilde daar in het kader van #steundeboekhandel sowieso een boek kopen.
    ‘Beetje rare vraag misschien maar zou ik bij jullie behalve een boek ook twee pakjes kaarten kunnen bestellen?’
    ‘Dat is geen enkel probleem hoor.’ De stem van de winkeldame klonk in ieder geval opgewekt. Ik hoorde voetstappen, liep in gedachten mee naar een van de vele kaartenstandaarden. We (ik aan haar oor) gingen voorbij die met de losse kaarten (ook mooi) naar die ene waar de pakjes dus in zitten. De winkeldame begon te omschrijven hoe het eerste pakje eruitzag, maar dat vond ik toch echt te veel moeite worden.
    ‘Doe maar iets waar je alle kanten mee uit kunt, verjaardag, sterktewens, succeswens enzovoorts. Iets waarvan je zelf denkt dat het geschikt is.’ Ik zag voor me hoe ze, steunend op een been met haar hand onder de kin, haar ogen langs de kaarten liet glijden. ‘Maar… het mag niet túttig zijn. En oh ja, liefs iets met een schilderij erop. En sorry hoor dat ik je zoveel last bezorg.’
    ‘Oh nee, ik vind het juist leuk om kaarten uit te zoeken, mag ik echt zelf kiezen? Effe kijken, eh dit zijn schilderijen maar tafereeltjes van de zomer dus dat is niet…’ Ik zag een strand voor me, zon, véél zon en blije mensen.
    ‘Nou, doe eigenlijk maar wel, we kunnen wel wat zomer gebruiken.’
    Vandaag kwam het pakketje binnen en ik kon het niet laten meteen maar wat kaarten te versturen. Het leuke van #steundeboekhandel is niet alleen het gesprek wat je hebt, het contáct maar zeker ook het gevoel dat je echt echt echt een hele goede reden hebt om weer een boek te kopen. Ik verheug me al op de volgende keer dat ik mijn steuntje ga bijdragen, er zijn nog zoveel boeken die ik moét hebben!



  • Creatief ondernemen

    In de nieuwsapp die ik volg, lees ik over kledingwinkeliers die klagen over modieuze voorraad waar ze nu mee blijven zitten en die ze volgend jaar weg moeten gooien. Ik vraag me af of iemand van de thuiswerkers en thuiszitters zich nu bezighoudt met móde. Oké, misschien dat de zoom-mensen zich bezighouden met bóven-mode. We kennen allemaal de grappige filmpjes van vergaderingen of lessen waarbij iemand die keurig in overhemd en colbertjasje zit, vervolgens opstaat om iets te pakken en in zijn joggingbroek of erger, onderbroek, voor aap staat.
    Als over een tijdje alles weer ‘normaal’ is, zouden we dan ineens de kleding van nu niet meer modieus vinden? Zou de voorraad van deze winterkleding niet gewoon doorschuiven naar volgende winter? Zouden we volgende winter echt iets totaal anders aan willen trekken dan nu? Ja, op die joggingbroek na misschien wel maar of dat dan een broek van deze winter is of een van vólgende winter? Maar hoe dan ook heb ik wel medelijden met de winkeliers en gun ik ze een enorm goeie verkoop.
    Tijdens het avondeten viel het me ineens op.
    ‘Er zit een gat in je elleboog’. Man tilde verwonderd zijn arm omhoog.
    ‘Wat nu?’ De winkels zitten dicht. Ik dacht aan de lokale kookwinkel waar ik via sociale media gelukkig de reinigingstabletten voor ons koffiezetapparaat kon bestellen. Via een lokale bezorgdienst gebracht. Gratis. Omdat ik me bezwaard voelde, kocht ik meteen nog wat extra.
    Nu zoek ik de stoffenwinkel op Facebook op. En wat blijkt? Er staan ontzettend leuke filmpjes van medewerkers die bijvoorbeeld een jurk showen. Vervolgens zijn er foto’s van kant en klare pakketten waar alles in zit: patroon, stof, boordstof, koordjes whatever met de totaalprijs erbij en de opmerking dat je het ook zonder patroon kunt kopen. Filmpjes van rollen stof ‘Kies maar uit, wij zorgen dat het bij u komt.’ Ik zie zoveel leuke truien, jurken en kinderkleding langskomen, je zou het allemaal wel willen maken. Het inspireert me om de naaimachine te pakken. Maar eerst die precies juiste kleur ellebooglappen met het nieuwe garen op de trui van Man naaien.


  • Tarzan


    Vanmorgen, tegen achten, liep ik naar de huisartsenpraktijk. De zon scheen, het was fris maar niet koud, het rook naar herfst. Ik besloot niet rechtstreeks maar via een omweg, langs de boerderij met de geitjes, te gaan.
    Vlak daarvoor passeerde ik een bouwkeet. Die had ik al vaker zien staan maar nooit beseft wie hij toebehoorde. Nu stond er een groepje mensen bij. Een ervan was duidelijk de ‘opzichter’ die de anderen ging vertellen wat ze moesten gaan doen.
    ‘Jij gaat schoffelen’ en ‘Jij gaat schoffelen’. Het waren op de opzichter na, mensen met het Syndroom van Down.
    Net toen ik langsliep, begon een jongeman te hoesten, deed dit vol overtuiging, zonder elleboog en in mijn richting. De opzichter was druk, had niets door. Ook ik haastte mij verder. Ja, dit is iets wat kan gebeuren, voor deze mensen zullen de regels extra moeilijk zijn al ken ik ook mensen met Down die bij een restaurant werken en daar schoner dan schoon zijn.
    Even later zie ik het pad naar de huisartsenpraktijk al opdoemen. Bij de voordeur is een tafeltje geplaatst met een zeeppompje en een groot papier laat weten dat je eerst je handen moet wassen, voordat je het gebouw betreedt. Voor me loopt een vrouw, jaar of veertig, haar blonden haren in een keurige staart. Ze niest. Dat is op zich geen probleem maar ze doet dit in haar hánd. Bij de voordeur slaat ze het pompje over.  De voordeur zit dicht dus ze moet met haar hand…
    Voor mijn neus slaat de deur dicht. Ik pomp mijn handen vol, open de deur met mijn elleboog en ben blij als ik zonder verdere kleerscheuren mijn huisarts bereik.
    Het leven is een jungle!




  • Anders dan anders


    In de krant las ik een tip over hoe je het beste thuisvakantie kunt houden: Doe dingen die je normaal gesproken niet doet.
    Nu houd ik al een paar jaar thuisvakanties en het meeste plezier beleef ik dan aan de wandelingen die ik maak. Ook al zijn het de wandelingen die ik normaal gesproken óók maak. Maar het landschap is elk moment tóch weer anders. De planten die bloeien, de bomen al dan niet met blad, blad al dan niet gekleurd. Verder natuurlijk de lucht boven dit alles. Soms loop ik met paraplu, soms met zonnebril, de wind stuwt me voort of ik ploeg ertegen. Zelfs de huizen die ik passeer staan er telkens anders bij.
    Vandaag zou de Vierdaagse normaal gesproken begonnen zijn. Door Corona gaat het niet door.
    Het is vandaag ook nog eens precies vier maanden geleden dat ik Corona kreeg en al herstellende kan ik nog niet zo lang lopen als ik zou willen. Maar toch doe ik deze thuis-vakantie ‘iets-anders-dan-anders’ en is het gecombineerd met ‘De Vierdaagse’.
    Vandaag is het de eerste dag van de Lees- Vierdaagse, georganiseerd door de 75 jarige Bibliotheek Wijchen. Ik doe mee met de langste afstand, 50 pagina’s per dag. Daarbij is vooral de vraag of mijn ogen dat volhouden maar anders zijn er altijd nog luisterboeken! Goedgemutst en met volle moed ben ik vanmorgen de Revolutionary Road (geschreven door Richard Yates) opgestapt. Ik was daar al eerder aan de wandel, vandaag las ik pagina 164-214
    Wat ik eerder bij thuisvakanties merkte is dat je geneigd bent om gewoon door te gaan. Want dan doen we in feite allemaal elke vakantie. Je eet een aantal maaltijden per dag, je doet de was, je leest een boek en je maakt de wc schoon. Ben je elders dan doe je die dingen elders. Ben je thuis, dan is het toch gewoon. Daarom ben ik blij met de Leesvierdaagse. Ik kan nu tegen mezelf zeggen ‘Het poetsen sla ik over, de lunch eet ik terwijl ik lees, want ik moet natuurlijk die vijftig pagina’s wel hálen!’


  • Laag bij de grond


    Het staat misschien een beetje raar, maar ik tuinier graag ‘laag bij de grond’. Heeft een simpele reden: anders zie ik het verschil tussen onkruid en plant niet.

    Natuurlijk ervaar ook ik Corona-stress en heb begrepen dat contact met moeder natuur daarbij verlichting brengt. Gisteren fietste ik met dat doel, door mijn woonplaats. Vlakbij het zwembad is een groot grasveld, met allerlei trimtoestellen en een skate-baan. Sinds kort staan aan de rand van dit terrein, vlakbij het fietspad, hele leuke houten palen, waar telkens een dier in uitgesneden is. Van een zo’n paal met een uil, stond een oudere man een foto te maken. Met beide handen hield hij zijn mobiel vast, richtte en… vanuit zijn tenen knalde daar een Hátsjieieieieeeeee over het fietspad waar ik net langsfietste.

    Vandaar dat ik vandaag besloot dat mijn buitenactiviteit maar beter uit tuinieren kon bestaan.
    Daar zat ik dan, achter de heg, op mijn hurken, trok, pulkte, harkte en knipte. Heerlijk die geur van omgewoelde aarde. Om me heen het opgewonden gekwetter van musjes in de heg van onze overburen. Ik word daar altijd zo blij van. Net zoals van de geluiden van spelende kinderen.
    En wat werd er naar hartenlust buiten gespeeld in de straat, veel meer dan anders. Zou dat komen doordat ze nu de hele dag laptop-onderwijs krijgen en daarna dat ding niet meer kunnen zien dus graag naar buiten willen? Of zouden hun ouders hen zo zat zijn dat ze af en toe roepen ‘hup allee, dr uit jullie’? Twee jongens, jaar of acht, hadden elkaar duidelijk gevonden in een fantasierijk spel met veel hollen maar ook steppen. Op een geven moment gaf het ene jongetje een kreet.
    ‘Oh, het is al laat, ik moet gaan, ik moet weer wérken!’ Werken, dacht ik? Hoort dit bij het spel? Maar het bleek om het thuis-school-schema te gaan, want hij vervolgde:
    ‘Als ik straks weer ‘Vrije Tijd’ heb dan vraag ik aan mijn moeder of ik met jou mag spelen, goed?’